Snijpunt – Nelleke Noordervliet

snijpunt_cb7

Fragment

De kassier van Krasnapolsky was waarschijnlijk de laatste geweest die E. Fischer bewust had gezien. Paul had zich niet helemaal aan de indruk kunnen onttrekken dat Fischer de gelegenheid met beide handen had aangegrepen om een plan ten uitvoer te leggen dat sinds de verschijning van de boeken en misschien al lang in zijn geest was gerijpt. Maar misschien was het ook een impuls geweest. Bij elke grote ramp verdwijnen mensen. Ze verschuilen zich in de statistieken van ongeïdentificeerde doden. Ze vluchten voor hun verleden, ze zien af van officiële papieren, ze leven illegaal en anoniem op deze wereld, geheel afhankelijk van eigen initiatief en denkkracht, beroofd van de vangnetten die de goed geordende samenleving uitvallers biedt. Liever de jungle van ongewisheid dan de gebaande paden van sociale zekerheid. Hij was een ziener, zoals The New York Times zei. Een ziener, een profeet, een onwelkome gast. En al die jaren had hij hier gezeten, in Umbrië, wachtend op de dood? Het was onvoorstelbaar.
Paul leunde achterover buiten de lichtkring van de bureaulamp. Het was twee uur in de nacht. De stilte hing als lood tussen de bomen. Nora’s ademhaling was onhoorbaar. Hij was moe, had pijn in zijn rug. Fischer had hem fraai hierheen geregisseerd. Paul was een overtuigd aanhanger van het toeval. Maar dit toeval, dat hem vijfendertig jaar na dato op het spoor zette van de man die uit het café op de Prinsengracht niet alleen van hem maar van de hele wereld was weggelopen, had de kenmerken van een klucht.

En dan nog even dit citaat:
En Nora was niet naar haar op zoek uit ongerustheid, maar uit verontwaardiging: de moeder wilde tijd en uur bepalen waarop de dochter vrij zou zijn, de dochter mocht dat niet zelf. En ze had gelijk. Nog geen dag had ze zonder de bescherming van mama gekund. Als een dom eendagskuiken was ze in de handen van de grote slager gelopen die eendagskuikens de nekjes omdraait en als kattenvoer diepvriest. Verliefd. En geen alarmsysteem. Dommer dan de domste Anita die zich voor een Breezertje aan een loverboy vergooit. Eigen schuld, heel erg dikke bult.
Nou ja!

 

Volgens Lily

Nelleke Noordervliet zet met Snijpunt een echt literair werk neer. Vele uitgangspunten, een klassiek verhaal, van alles komt er aan bod: de multiculturele samenleving, humanisme, scheiding, zoektocht en zelfs een reisje door Italië. Wel voor de gevorderde lezer.

Dorst – Esther Gerritsen

Dorst_a85

Fragment

Haar moeder ligt daar maar, de ogen nu onafgebroken gesloten. Ze zegt niets meer. Ze slaapt niet. De mond is gespannen.
‘Mama?’ Coco denkt aan een houten kistje met blokken dat ze als kind had. Je moest er een driehoek, een vierkant en een ster in doen, door gaten met dezelfde vorm. Om ze eruit te halen moest je de hele deksel openen. Het is te lang geleden en toch denkt Coco dat ze zich kan herinneren dat ze de deksel niet opende, maar het kistje ondersteboven hield en schudde tot de blokken eruit vielen. Dat lukte niet, hoe hard ze ook schudde. Zo schudt ze al jaren aan haar moeder en altijd voelt zij zich de stomste. Iemand die niet weet dat dit zo veel handiger kan, een sukkel, een baby. Het wordt licht. De bleekheid van haar moeders armen en handen valt minder op dan in het duister, maar de magerte des te meer. Toch is het theoretisch mogelijk dat als je blijft schudden zo’n blok eruit komt. Als je oneindig zou kunnen schudden, als je onvermoeibaar was.

Volgens Lily

Dorst is een klein meesterwerkje over de complexe liefde tussen een moeder en haar dochter. Mag je zeggen dat het je teveel is om voor je eigen dochter te zorgen, het je teveel is om met haar mee te leven? Mag je niet gewoon zeggen dat je genoeg hebt aan je eigen leven? Aanrader! Maar wie heeft die vreselijke voorkant uitgekozen?

Alles is zoals het zou moeten zijn – Daphne Deckers

dansen_ad9

Fragment

Ik neem een laatste slok, overhandig Pieter het laatste glas en doe een stap naar voren.
‘Iris!’ sist Pieter, ‘doe niets waar je later spijt van krijgt!’
Tss-dat advies had hij beter zelf kunnen opvolgen.
Ik schuif mijn verbouwereerde schoonvader niet al te charmant opzij en zeg: ‘Sorry opa, maar voordat u verdergaat, moet ik eerst iets vertellen.’
Je kunt meteen een speld horen vallen.
‘Wat is er aan de hand?’ vraagt mijn moeder benauwd, en hoewel Babette en Cassandra me nu ook licht paniekerig aankijken, ben ik niet meer te stoppen.
‘Mijn geliefde Pieter, de veelgeprezen kaakchirurg,’ zo begin ik, opeens verrassend helder, ‘wilde nog helemaal geen kinderen. Althans, niet van mij. Dat heeft hij me net in de auto verteld.’
Mijn schoonmoeder slaakt een geschokte kreet en valt zo bleek als een vaatdoek terug in een fauteuil. De rest van het gezelschap staart me met grote ogen aan.
‘Iris, ik wil dat je nú…’ begint Pieter boos, maar Cassandra snoert hem onmiddellijk de mond: ‘Laat haar uitpraten!’
‘Waarom hebben wij dan toch deze prachtige baby?’ ga ik onverstoorbaar verder. ‘Omdat ik Pieter erin heb geluisd. Ik ben stiekem met de pil gestopt; verblind als ik was door mijn droom van een compleet gezinnetje.’
Nu klinkt er een mengelmoes van afkeurend en verbaasd gemompel, en is het mijn moeders beurt om wit weg te trekken. Vreemd genoeg kan het me allemaal niets schelen; ik voel me opgelucht en krachtig – met dank aan Johannes 8:32, en ongetwijfeld ook aan de Paul Pernot Grand Cru.
‘Is Pieter, zoals ik had gehoopt, alsnog blij met de baby? Nee. Want meneer blijkt verliefd te zijn op een studente, correctie: op een briljánte studente, waarmee hij naar Afrika wil vertrekken.’
Alle priemende blikken richten zich nu op Pieter, die voor mijn ogen verschrompelt van ellende. Ik weet hoe belangrijk hij het oordeel van zijn ouders vindt, en dan met name dat van zijn erudiete vader. Daar zitten nog wel wat uurtjes therapie; al vind hij zelf natuurlijk dat hij een ‘prima’ verstandhouding met die ouwe beterweter heeft.
‘Hoe verkoopt Pieter dit alles aan zichzelf?’ draai ik het mes nog eens rond. ‘Door te claimen dat hij denkt niet de vader van deze prachtige zoon te zijn. De navelstreng was nog maar nauwelijks doorgeknipt, of ik werd al bestookt met de beschuldiging dat dit kind eigenlijk verwekt zou zijn in Milaan, toen ik daar aan draaien was voor één van mijn, ahem, laagschedelige realityprogramma’s.’
Mijn schoonvader helpt zijn vrouw uit haar stoel omhoog; ze hebben duidelijk genoeg gehoord. Maar ik ben nog niet klaar.
‘Gelukkig,’ zo ga ik verder, ‘had Pieter tijdens deze voor hem zo moeilijk bevalling genoeg mentale én orale steun van Suzanne, die hem haar onwelriekende kijk op relaties gaf door te zeggen: “bezet geldt alleen voor het toilet”. Dus, geachte aanwezigen, hierbij deel ik u officieel mede, dat ik dit – door mij zeer gewenst – kind morgen bij de burgerlijke stand ga aangeven als Milan Vandenberg.’

Volgens Lily

Lekker boek om in een weekendje uit te lezen. Zoals ik een schouwburgbezoekster in Bussum ook hoorde verzuchten: ‘pretentieloos vermaak’.

Dansen in de hemel – Michael Pilarczyk

dansen1_9df

Fragment

‘Papa, papa!’ roept Donna.
Ze staat in de serre voor de geschilderde glas-in-lood-ramen en kijkt naar de lichte duisternis. In de tuin van Eyckenbosch dansen vlammen uit de vuurkorven en een aantal naaldbomen is versierd met kerstverlichting. Het is kerstavond. We vieren Lisa’s vierenveertigste geboortedag, de eerste verjaardag waar ze zelf niet bij is.

‘Wat is er, Donna?’ vraag ik. Ze reageert niet, ze zwaait! De honden kwispelen en blijven blaffen. Ik ga achter Donna staan en omhels het mooiste meisje van de wereld.
‘Wat zie je?’
‘Sterretjes!’ Ze wijst in de richting van de Heilige Eik.
‘Lisa heeft gezegd dat iedereen in de hemel een sterretje wordt en dat ze soms naar huis terugkomen om te dansen. Ze wil met me dansen, zegt ze.’
‘Zei Lisa dat?’
Donna knikt.
‘Wanneer?’
Ze draait zich om, glimlacht en zwijgt.

Volgens Lily

Ik had een lange vlucht voor de boeg. Niets lekkerders om dan in de boekhandel van Schiphol een boek uit te kiezen dat je in één keer uit kunt lezen. Dat werd het debuut van oud DJ Pilarczyk, een bekende naam uit mijn verleden. En het lukte, in één ruk. Het idee dat delen uit het boek uit zijn leven gegrepen zijn, maakte het interessant, verder vooral vermakelijk.

Maar buiten is het feest – Arthur Japin

maar-buiten-is-het-feest_942

Fragment

Te beginnen met incident nummer tien – terwijl zij aan het douchen was, dit keer. Ze had net wat zeep uit haar ooghoeken gewreven toen ze de deur hoorde opengaan., en door een waas Sijmen zag binnensluipen met niet meer dan een handdoek om. Hij had haar strak aangekeken, zijn tong tegen de beslagen ruit gedrukt en er, alsof het iets lekkers was, een paar keer overheen gelikt.
In de eerste pauze ging ze op de trap naar de schoolkantine zitten. Haar broodtrommeltje had ze bij wijze van onderlegger op haar knieën gelegd en haar agenda geopend op die dag. De punt van haar ballpoint priemde al in het papier. Ze draaide hem een paar keer rond totdat de blauwe inkt begon te vlekken. Vezeltjes bleven kleven aan de kogelroller en rolden samen tot een pluisje, dat een paar vegen maakte en ten slotte vastplakte en achterbleef toen ze haar pen uiteindelijk maar wegborg, want hoe zij ook bij zichzelf te rade ging, zij had er geen woorden voor. Letterlijk: ze wist niet hoe het heette wat Sijmen met haar uitspookte.
Iets meemaken waarover je het niet kon hebben – dat was gek. Dat je dingen werden aangedaan die je niet kon benoemen!

Volgens Lily

Maar buiten is het feest is een onthutsend boek. Dat dit soort zaken (seksueel misbruik van kinderen) echt gebeurt is onvoorstelbaar. Dit boek is gebaseerd op het leven van Karin Bloemen. Haar naam wordt nergens genoemd maar het feit is bekend. Goed dat dit verhaal verteld is.

Stoner – John Williams

stoner_e3c

Fragment

Op een middag in het voorjaar kwam hij tijdens een plenzende regenbui thuis en stelde vast dat een van de ramen op een of andere manier kapot was gegaan, verschillende boeken schade hadden opgelopen en veel van zijn aantekeningen onleesbaar waren geworden. Een paar weken later ontdekte hij dat Grace en enkele vriendinnetjes in de kamer hadden mogen spelen en dat nog meer aantekeningen en de eerste pagina’s van zijn manuscript van zijn nieuwe boek verscheurd en verminkt waren. “Ik heb ze maar een paar minuten binnengelaten,” zei Edith. “Ze moeten toch ergens een plek hebben om te spelen. Maar ik weet er verder niks van. Daarvoor moet je bij Grace zijn. Ik heb haar verteld hoe belangrijk je werk voor je is.”
Toen gaf hij het op. Hij verhuisde zo veel mogelijk boeken naar zijn kamer op de universiteit, die hij met drie jonge medewerkers deelde. Daarna bracht hij veel van de tijd die hij voorheen thuis had doorgebracht op de universiteit door, en kwam hij alleen vroeg thuis als hij er zozeer naar verlangde een glimp van zijn dochter te zien, of even met haar te praten, dat hij onmogelijk kon wegblijven.

Volgens Lily

Op de achterflap staat een quote die ik onderschrijf: Stoner is een onwaarschijnlijk mooi geschreven roman over het weinig opzienbarende leven van een weinig opzienbarende man.

Vele hemels boven de zevende – Griet op de Beeck

vele-hemels_16da

Fragment

Casper ging niet weg. Wie zo diep in je hart kruipt, die blijft altijd minstens een beetje. Ik was van hem weggegaan. Op het scherp van de snee niet vertrokken maar thuisgebleven. Ik koos voor Walter, omdat ik niet wou kiezen. Omdat ik dacht dat ik alleen zo recht kon blijven staan. Ik zag de afspraak die ik met mezelf had gemaakt. Ik zag onze jaren samen. Ik zag onze kinderen. Ik noemde dat liefde, en dat was het ook. Maar was het de beste liefde voor mij? Was het die weldadige warmte die totaal kan vervullen? Was het die gedeelde kwetsbaarheid van elkaar graag te zien tot in de lelijke hoekjes toe? Was het die diepe connectie die alles in het leven dat cruciale tikje beter maakt? Was het dat prikkelen van alle zinnen dat je wonderlijk dicht bij elkaar kan brengen? Was het dat wederzijdse stimuleren en dat elkaar vinden in bijna alles wat belangrijk is? Was het dat dichtbij willen zijn dat nooit verstikt? Was het die ongelooflijk grote fun met elkaar? Eigenlijk durfde ik niet naar Walter te kijken. Naar Walter en naar mij te kijken. Naar wat onder en achter de constructie zat. Niet echt. Schrik voor wat doet wankelen, waarschijnlijk. Schrik om uit de rol te vallen. Om niet te zijn wie anderen wilden dat ik was, wie ik dacht dat ze wilden dat ik was, wie ik vond dat ik moest zijn. Maar als je bang bent om iets in vraag te stellen, hoe kan dat dan het goeie zijn?

Volgens Lily

Na het mooie Kom hier dat ik u kus ben ik direct dit mooie boek gaan lezen, het debuut van deze schrijfster. En wat een feest weer! De levensverhalen van de vijf hoofdpersonen worden verweven tot een prachtig boek. Ik ben fan van Op de Beeck! Graag ieder jaar een boek!

Op zee – Toine Heijmans

preview-op-zee_4d20

Fragment

Ze boekte een ticket naar Aalborg, en bracht mijn dochter naar het vliegveld. Op het vliegveld werd Maria opgevangen door een stewardess, die haar een doorzichtig mapje omhing met de documenten. Op het mapje stonden groot haar naam, geboortedatum, en allerlei noodnummers die gebeld konden worden mocht ze kwijt raken.
“Maakt u zich gaan zorgen,” had de stewardess tegen Hagar gezegd. “Ik ben zelf ook een moeder hoor. Het gaat altijd goed. Er is nog nooit een kind kwijtgeraakt onderweg.”
Hagar wilde niet met Maria mee naar Denemarken, ook al had ik dat wel voorgesteld. Ze wilde niet zien hoe haar man en haar dochter samen op reis gingen. Ze wilde zich er niet in mengen. “Ik ken je,” zei ze door de telefoon.
“Straks vraag je ook nog of ik meega, en dat is niet de bedoeling. Daar heb ik geen zin in.”
Niemand kent mij zo goed als Hagar. Natuurlijk had ik haar gevraagd mee terug te zeilen, als ze met Maria was meegekomen naar Thyboron. Nu je er toch bent, zou ik gezegd hebben. En: Het is maar achtenveertig uur, ga toch lekker mee, dat is ook leuk voor Maria. Hagar wist dat ik in staat was haar over te halen. Dat was me eerder gelukt.
Ik wist ook waarom ze zo had aangedrongen op een sabbatical. Hagar hoopte dat ze een andere man terug zou krijgen: vrolijker. Een betere vader. Daar had ze veel voor over. Na een slechte dag op kantoor deed Hagar haar best me gerust te stellen. Soms zo, dat ik het niet doorhad. Maar het lukte haar steeds minder goed me op te vrolijken. De reis was een kans dat te doorbreken. Misschien dat ze me daarom mijn gang liet gaan. Haar dochter offerde, in de hoop dat het zou helpen.

Volgens Lily

Op zee is een roman over ouders en kinderen en de angst om alles te verliezen. Het boek leest zeer makkelijk maar het verhaal voelt op een gegeven moment zeer ongemakkelijk aan. Het einde is verpletterend. Goed boek. Ben reuze benieuwd hoe ze dit gaan verfilmen…

Kom hier dat ik u kus – Griet op de Beeck

preview-kom-hier_bdc0

Fragment

Ik moet denken aan Louis. Aan hoe hij aan mijn deur stond, gisteren. Alsof hij in een onweer had gestaan, in open veld, uren aan een stuk, kletsnat geregend, omvergewaaid, zo stond hij daar, in mijn deuropening. Hij met al zijn woorden altijd, hij had er niet één. Ik heb hem niks gevraagd, ik heb hem meegenomen naar binnen, ik heb hem laten stamelen, ik heb zijn jas uitgedaan, en ik heb hem mijn armen gegeven, en een groot glas bier. Ik heb hem getroost zoals hij het liefst wordt getroost, met bloot vel en veel nabijheid. Ik heb gedacht: ik ben graag een schuiloord, en ik heb hem nog een keer gekust. We hebben in bed de niet zo lekkere pizza gegeten die ik nog in het vriesvak vond, de kruimels van mekaars lijven gehapt. Hij heeft gezegd: “Ik zou u graag gelukkig maken.” Ik heb mij niet gestoord aan de voorwaardelijke wijs, omdat ik blij was dat ik iemand dat hoorde menen. Als ik daaraan denk, krijg ik zin om hem van alles te geven. Koninkrijken, wereldwonderen, eindeloosheid. Ik wil hem beloven dat ik hem bijeen zal rapen als hij in stukjes uit mekaar is gevallen. En dat ik samen met hem onvindbaar zal zijn, als dat hem zou helpen. Dat ik mijn vermoedens niet zomaar zal geloven. Dat ik mij over hem zal blijven verbazen. Dat ik voor hem op mijn knieën zal vallen, maar dan alleen maar om te lachen. Dat ik met hem samen over zeeën zal lopen, en over oceanen, omdat ik wil geloven dat wij samen alles kunnen. Dat ik met hem zal schuilen voor de tornado’s, en hem zal leren om niet bang te zijn, als ik dat mag van hem.
Vandaag zegt de gemiddelde mens 2250 woorden tegen 7,4 anderen, dat heeft iemand zo berekend, ik haal alvast op deze dag dat gemiddelde naar beneden.

Volgens Lily

Een onweerstaanbaar boek, zo’n een die je op een gegeven moment gewoon uit móet lezen, ook al is het al 2.00 uur in de nacht. Bijzonder subtiel geschreven, nergens moeilijke taal, maar zo herkenbaar en invoelbaar. En van die heerlijke dialogen in het Vlaams! Het boek bestaat uit drie levensfases van de hoofdpersoon Mona, op haar 10, 24ste en 34ste. Stiekem zou ik willen weten hoe ze op haar 44ste en 54 ste in het leven staat. En wat een heerlijk eind! Dit is het tweede boek van Griet op de Beeck, een Vlaamse schrijfster. Haar debuut Vele hemels boven de zevende was een groot succes. Maar haar tweede boek doet hier zeker niet voor onder. Direct op naar de winkel voor het eerste boek van Op de Beeck.

In het boek wordt een zinnetje aangehaald dat Harry Mulisch zou hebben gezegd tegen een criticus die hem kwam interviewen na een slechte recensie: “En toch weet ik zeker dat u liever mijn lullig boekje had geschreven dan uw lullige stukje in de krant”. Geweldig!

Het huis met de schaduw – Aminatta Forna

preview-huis-met-de-schaduw_feec

Fragment

“Ik dacht dat het haar wel zou lukken om terug te komen. Naar mijn huis, of het huis van mijn moeder. Naar de mensen die van haar hielden en die haar zouden beschermen. Of dat ze op zijn minst iets zou laten horen. Maar dat heeft ze nooit gedaan. Ze heeft besloten alleen op zichzelf te vertrouwen. Ze is weggegaan. Er was een moment, nadat ik de jongen had neergeschoten. Ik zie nog voor me hoe ze achteruitstapte, ze gaf geen kik, deed alleen een stapje achteruit het donker in, draaide zich om en vluchtte. Terwijl ik wachtte tot ze terugkwam heb ik heel lang geloofd dat ze wist dat ik het was, daar achter de bomen, dat ik die schutter was. Dat ze wist dat ik zou komen. Want wie had het anders kunnen zijn?”
“Denk je dat ze ooit nog terugkomt?”
“Als ze het heeft overleefd, als ze naar het zuiden is gegaan, en niet naar het noorden. Maar ze hebben vast op de uitkijk gestaan. Ze heeft natuurlijk een omtrekkende beweging moeten maken. En het ravijn moeten oversteken. En als ze ons vergeeft, als ze ons ooit vergeeft.”
“En Javor?”
“De autoriteiten hebben Javor, zijn stoffelijk overschot, lang na de oorlog kilometers verderop gevonden. De burgerwachten waren mensen gaan verplaatsen om ze ergens anders te vermoorden. Daarna kwamen er nieuwe oorlogen, zo veel oorlogen, het heeft jaren geduurd voor ze werden gevonden. Wij waren nog maar het begin, snap je.”
Samen keken we naar de huizen van Gost in de diepte. “Je mag het nooit aan iemand vertellen,” zei ik.
“Waarom ga je niet ergens anders wonen?”
Ik haalde mijn schouders op. “Waarom zou ik? En waar zou ik naartoe moeten? Als je het hebt meegemaakt en weet dat er nooit iets zal veranderen, dan wen je eraan, dan lijkt het de nasmaak van iets bedorvens. Je went eraan, omdat je wel moet. Gost is mijn thuis. Ik woon hier omdat ik hier wil wonen.”
“Maar dan word je er elke dag aan herinnerd.”
“Ja,” zei ik alleen maar. “Maar dat vind ik fijn. Ik herinner me niet alleen de slechte tijden, maar ook de goede.”
“En die akelige man, Fabjan?”
“Ik wil graag zeker weten dat hij het zich ook herinnert.”

Volgens Lily

De schrijfster Aminatta Forna groeide op in het door oorlogen geplaagde Sierra Leone. Hierdoor weet zij goed de toon te treffen in dit boek dat over de Joegoslavische oorlogen gaat halverwege de jaren 80. Wanneer je buren door de oorlog verdreven worden uit hun dorp omdat ze van een ander geloof zijn, wat doe je dan met de spullen in hun huis? Is in tijden van oorlog alles geoorloofd? Mag je een vloerkleed uit hun huis halen omdat je denkt dat ze toch nooit meer terugkomen? Dit boek deed me wel realiseren hoe weinig ik eigenlijk weet van die oorlogen in voormalig Joegoslavië…