Verhalen

Liefdeslang en niet langer door Anita Ootjers

Ooit las ze een zin van een Belgische schrijver: ‘Liefdeslang en niet langer zou een leven mogen duren’. Ze krijgt die zin maar niet uit haar hoofd. Leven zolang er liefde is en daarna klaar. Het komt haar nu heel logisch voor. Waarom werkt het inderdaad niet op die manier?

Hoe vaak gaat het niet zo: je ontmoet iemand die je bombardeert tot de liefde van je leven, je trouwt, je leeft lang en gelukkig en daar is ‘ie dan: de spreekwoordelijke kink in de kabel. Hij gaat vreemd, zij klampt zich vervolgens vast aan de eerste de beste die haar wil hebben, hij pakt zijn spullen en vertrekt en je bent alleen.

En dan begint het leven na je relatie. Financieel een stuk ingewikkelder dan tijdens de liefdestijd, de gezelligheid is verdwenen, het is iedere avond weer koud in je bed en er is niemand die in gaten houdt of er wel genoeg koffie in huis is. Daarbij wordt de berg lege wijnflessen met de week groter terwijl je alleen op de bank de ene na de andere onbenullige Netflixserie voorbij ziet komen.

Ze staart uit het raam en laat het afgelopen jaar nog eens aan haar voorbij trekken. Waar had ze in moeten grijpen? Toen het ineens meer regelmaat dan uitzondering werd dat hij in de logeerkamer sliep? Of het moment dat ze merkte dat ze liever met collega’s uit eten ging dan met hem? Of toen ze op zijn telefoon een wel heel gezellig berichtje las van zijn ex-vriendin?

Ze weet het niet meer precies. Helder nadenken is niet haar sterkste kant de laatste tijd. De dagen rijgen zich aaneen en ze heeft het idee alleen nog maar in de overlevingsmodus te staan. Het is inmiddels meer dan vier maanden geleden dat hij op haar verzoek met een paar sporttassen met kleding verdween en sindsdien heeft ze hem niet meer gezien of gesproken. Via wederzijdse vrienden heeft ze gehoord dat hij ergens op een zolderetage in de stad woont en zich ieder weekend vol laat lopen in hun oude stamkroeg  waar ze zelf niet meer is geweest sinds hun breuk. Juist vandaag, op zijn verjaardag, komen de laatste maanden haar onwerkelijk voor.

Ze denkt nogmaals na over die zin: ‘Liefdeslang en niet langer zou een leven mogen duren’. Geen pijn meer, geen gevoel meer van gefaald te hebben. Het lijkt haar wel wat.

Middenin haar overpeinzing gaat de bel. Ze snelt naar de voordeur. Op de stoep staat de postbode die haar een groot pakket in handen duwt en weer snel in zijn bus springt en weg scheurt. Vroeger bleef iemand nog weleens een tel langer naar haar kijken dan nodig, maar ze snapt dat die tijd voorbij is. Ze besteedt geen enkele zorg meer aan haar uiterlijk. De kapper heeft haar de laatste maanden niet gezien en dat niemand opgewonden raakt van haar uitgezakte joggingbroek met dito trui met vlekken realiseert ze zich maar al te goed.

Ze neemt het pakket mee naar binnen en duwt de deur snel dicht om de buren niet teveel stof tot roddelen te geven. In de keuken zet ze het ding op tafel. Ze draait het pakket om, bekijkt de afzender en plots realiseert ze zich wat ze in haar handen heeft. Ze krijgt het warm en haar handen beginnen te trillen. Ineens is ze terug in Venetië waar ze vorig jaar voor haar werk de Biënnale bezocht op zoek naar nieuwe kunstenaars. Ze werd daar op slag verliefd op een kunstwerk van een jonge Russische vrouw: een portret van, wat later bleek, de vader van de vrouw, helemaal gemaakt uit kleine natuurfotootjes. Wanneer je dicht bij het werk stond zag je mooie foto’s, wanneer je van een afstand keek zag je het portret van een mooie man.

De man op het portret deed haar toen denken aan haar eigen man waar ze al zo lang mee samen was. Dezelfde sterke, vierkante kop, volle haarbos en lachende mond. Voordat ze er spijt van kon krijgen bestelde ze bij de Russin een soortgelijk portret van haar man. Ze stuurde de vrouw per mail haar favoriete foto van hem en deed een aanbetaling. Een rib uit haar lijf, maar ze had het ervoor over. Met zijn verjaardag de volgende lente in gedachte zag ze het als dé ultieme romantische verzoeningsdaad.

Nieuwsgierig naar het eindresultaat pakt ze een mesje en begint het werk uit te pakken. Van dichtbij ziet ze alleen maar mooie kleine foto’s. Om het echte resultaat te kunnen zien zet ze het portret op de vensterbank en loopt naar de andere kant van de kamer. Ze draait zich om en bám. Daar staat hij, haar man, hij kijkt haar lachend aan en beneemt haar op slag de adem, net zoals de eerste keer dat ze hem zag. Ze schrikt van haar heftige reactie. Zou ze dan toch…?

Ze loopt snel naar de badkamer, neemt een frisse douche, doet wat mascara en lipgloss op, pakt een strakke zwarte broek uit de kast en glijdt in een felgekleurde zijden top. Ze weet het zeker: hij is voor haar teruggekomen in de vorm van dit portret, het is een duidelijk teken. Ze moeten van liefdeslang levenslang zien te maken. Ze kijkt op haar horloge, 21.15 uur, mooie tijd, en ze weet bijna zeker dat hij er is. Ze trekt wat spanbanden om het portret en stapt voorzichtig op haar fiets.

Onderweg merkt ze dat ze zachtjes fluit.