Quarantaine. Dagboek in tijden van besmetting – Ilja Leonard Pfeijffer

Volgens Lily

De berichten in dit dagboek verschenen eerder in de krant het NRC en het Belgische De Standaard. Nu gebundeld in Quarantaine. Dagboek in tijden van besmetting. En wanneer je het achter elkaar leest, vergeet je bijna dat we zelf onderdeel zijn geweest van deze corona-epidemie. En toch lijkt het alweer tijden geleden. Ilja Leonard Pfeijffer woont met zijn vriendin Stella in Genua. En zoals we weten werd vooral Noord-Italië enorm getroffen door corona.

Sinds we God, religie en zingeving hebben afgeschaft, staan we als kwetsbare mechaniekjes in de wereld. We zijn gereduceerd tot onze biologie. We offeren het volle leven om het vege lijf te redden, omdat het vege lijf het enige is wat ons nog kenmerkt. Zo hebben we deze gezondheidsdictatuur over onszelf afgeroepen en ik zie eerlijk gezegd weinig aanwijzingen dat deze slechts tijdelijk zal zijn.

In rake columns weet Pfeijffer te beschrijven hoe het leven in een paar dagen tijd drastisch kan wijzigen, dat zelfs het halen van een broodje bij de bakker dé attractie van de dag wordt. En dat zelfs Pfeijffer (die het massatoerisme weerzinwekkend vind) het té stil vindt op straat.

Als ik deze quarantaine niet had kunnen delen met mijn stralende, psychopathische Stella, zou ik zijn verschrompeld tot een bitter man in explosieve stagnatie. Zuchtend boodschappen doen en voor de zoveelste keer afwassen en pastarestjes schrapen uit de vergiet zouden zinloos zijn als zij tussendoor niet tegenover mij dineerde met sterren in haar ogen. Als de apocalyps nog moet komen, zal ik die in ieder geval niet hoeven te beleven zonder Stella’s commentaar. Ik zou mij er bijna op verheugen.

Eerst 68 dagen in quarantaine en vervolgens 40 dagen na de quarantaine. Opschreven in de voor Pfeijffer zo bekende lyrische stijl. Hoewel het onderwerp natuurlijk vreselijk is, werd ik heel blij van het lezen van dit dagboek.

Nabrander: op 4 juni 2021 verscheen dit Feestsonnet, waarin de lockdown ten einde komt in het NRC:

„Toeristentreintjes juichen door de stad.
De cruises puffen rook van ongeduld.
De stranden zijn als barbecues gevuld
met garend vlees. Aroma van patat

flirt met gekleurde ijsjes. Het is feest
in files naar de meubelboulevard.
Vakantie wordt verrukkelijk dit jaar.
De offers zijn geenszins voor niets geweest.

We zijn gehaast uit de lockdown gekropen
om braaf als slaven plichten te hervinden.
Ons fatum is het grote consumeren.

We reefden zeilen voor verkeerde winden.
Het blijkt naïef dat wij ooit durfden hopen
dat wij er misschien iets van zouden leren.”

Fragment

DAG ZEVENENVEERTIG

Genua, derde zondag van Pasen

26 april 2020

Het lukt me niet om poëzie te schrijven. Het lukt me niet om überhaupt iets anders te schrijven dan dit dagboek. De plicht om de leegte en mijn duizenden tegenstrijdige gedachten daarover dagelijks samen te ballen in driehonderd ware en simpele woorden is mij zelfs dierbaar geworden, omdat deze mij houvast geeft. Als je er als chroniqueur aan kunt bijdragen dat de stroperige tijd verstrijkt, dan is dat wat ik aan het doen ben.
Het helpt mij te denken dat het nuttig is om mijn lezers in het verre, nonchalante vaderland te informeren over de ontwikkelingen in Italië, dat de jammerlijke voorhoede vormt van deze strijd tegen het virus. En omdat ik nu al weet dat niemand zich over een paar jaar nog kan voorstellen wat er in deze dagen gebeurt, leg ik het vast. Voor later. Deze beide overwegingen geven mij op mijn beste momenten het gevoel dat dit dagboek relevant is, een zeldzame sensatie voor een schrijver, waarvoor ik dankbaar ben, begrijp me niet verkeerd.
Maar ik mis de zorgeloze irrelevantie van jongleren met woorden op een vrolijke ochtend in de lente terwijl de wereld rinkelt. Ik zou er veel voor overhebben om weer te mogen spelen met mijn pen op een gonzend terras, in plaats van haar plichtsgetrouw in dienst te stellen van de noodzaak om over al deze eentonige ellende op de schrijven hoe het echt is.
Iemand heeft eens gezegd dat de bezigheid van poëzie schrijven voor negentig procent bestaat uit pogingen om in de stemming te komen om poëzie te schrijven. Mij lukt het niet in deze dagen. Die stemming is te fragiel om stand te kunnen houden tegen alle nieuwe gedachten.
Ik moet naar buiten. Ik moet koffiedrinken in de zon met honderden stemmen om mij heen die mij afleiden en leven influisteren.

Titel: Quarantaine. Dagboek in tijden van besmetting
Schrijver: Ilja Leonard Pfeijffer
Uitgever: De Arbeiderspers
isbn: 97890295402302

Een van ons – Christine Otten

Volgens Lily

Verhalen over mensen die in de gevangenis zitten intrigeren me al heel lang. Ooit las ik het boek Van binnen uit geschreven van Wally Lamb. Een boek met verhalen van vrouwen die in de gevangenis zitten. Zeer indrukwekkend. Achter al die verschrikkelijke moorden zitten mensen van vlees en bloed met een vaak schrijnend verhaal. Nu las ik Een van ons van Christine Otten. Dat gaat over de Luc die levenslang uitzit in de gevangenis en Katrien Achenbach die daar schrijfworkshops geeft.

Maar waarom in hemelsnaam zou ik haar vertellen dat haar uitnodiging aan mijn diepste angst raakt, namelijk: dat er wel degelijk tijd verstrijkt. Dat het alleen buiten mij om gaat. En dat de innerlijke rust waarop ik zo fier ben, het evenwicht dat ik denk gevonden te hebben in de herhaling, in iedere dag hetzelfde doen, in aaneengeregen monotone dagen en nachten als één langgerekte tegenwoordige tijd, berust op een vergissing.

Otten is zelf op deze manier al jaren betrokken bij het gevangeniswezen dus ze schrijft vanuit eigen ervaringen. Wat er verhaal natuurlijk alleen maar sterker maakt. Veel wordt opgeschreven maar veel wordt ook niet gezegd. Soms is het moeilijk het verhaal te volgen. Want wie is er nu weer aan het woord: Luc of Katrien. Maar enige oplettendheid van de lezer is bij dit boek toch nodig, anders mis je waar het om gaat.

De manier waarop ze naar binnen stapt, altijd lichtelijk buiten adem, als om te benadrukken hoe ze haar best doet om op tijd te zijn, een vlaag buitenlucht uit haar jas schuddend.

Je voelt de ongemakkelijkheid van Katrien. Wat kan ze wel zeggen en wat niet. En bij Luc proef je de inbreuk op zijn dagelijks leven. Mooi is het te lezen dat het ook in de gevangenis om mensen gaat, mensen die daar met elkaar leven en een bestaan hebben. Een buitenstaander kan alleen maar onrust veroorzaken in hun dagelijks bestaan. Otten schrijft dat mooi op.
Deze zin: ‘Zijn ogen fonkelen van opgespaarde jeugd.’ Prachtig toch?

Fragment

Ik weet niet of ik dit ooit aan iemand kan uitleggen.
We zaten in Zutphen.
Iedere keer als ik bezoek had gehad ging ik me voorstellen hoe ze terug naar huis gingen met de auto, over welke wegen ze reden, waar precies ze stopten bij welk benzinestation voor een kop koffie of een cola een broodje een zakje chips een Mars of Snickers en dat ik dan met ze meeging. Officieel waren we nog getrouwd. Mijn zoon was een puber.
Die gedachten waren zo dwingend dat ze zeer deden. Dagen erna was ik nog zo beroerd, alsof ik griep had hoge koorts of in elkaar was gemept zo gekneusd en broos voelde mijn lijf. Pas na een dikke week lukte het me mezelf een beetje bij elkaar te rapen, maar dan begon dat andere, de geest is zo vernuftig venijnig, die vindt altijd een uitweg dus ik begon plannen te maken. Ik maakte berekeningen; wanneer wie van de bewaarders de onderwijzer het afdelingshoofd kwam en weer ging; de wisseling van de wacht. Een wapen was zo geregeld. Maar dat zou ik niet nodig hebben want ik zou de grote verdwijntruc bedenken. Daar was ik alleen nog maar mee bezig; hoe ik mezelf als een soort Houdini zou bevrijden, onzichtbaar zou weten te maken, zou transformeren in een van de advocaten maatschappelijk werkers vrijwilligers psychologen en compleet met bril aktetas keurige kleding zo de poort uit zou lopen.

Op een gegeven moment neem je een beslissing. Daar groei je naartoe. Dat zie ik ook bij de anderen die levenslang hebben. Je trekt je terug. Maar zonder Pitcairn was me dat nooit gelukt en P begreep dat. Dat een visioen soms beter is dan echt, beter dan herinneringen. En eerlijker ten opzichte van de mensen die zeggen dat ze nog van me houden.

Christine Otten
Titel: Een van ons
Schrijver: Christine Otten
Uitgever: De Geus
isbn: 9789044541038

Socrates op sneakers – Elke Wiss

Volgens Lily

In april 2021 las de Non-Fictie Leeslounge het boek Socrates op sneakers van Elke Wiss. Een filosofische gids voor het stellen van goede vragen. Met een groep van ongeveer 15 mensen hebben we dit boek doorgenomen en geprobeerd te oefenen met het voeren van een socratisch gesprek.

‘Doe maar, gewoon stellen die vraag’, zou Socrates gezegd hebben. Want vragen staat vrij. Maar soms weet je niet welke vraag je moet stellen. En kom je niet dom over als je een bepaalde vraag stelt?

Maar moet je altijd overal verstand van hebben om erover te kunnen praten?

Met een socratische houding kun je eigenlijk ieder gesprek aan. Wees nieuwsgierig, durf onwetend en soms naïef te zijn. Wees oprecht geïnteresseerd en geduldig. Oordeel niet, heb tijd en wees niet te emphatisch.

Vaak laten we het maar bij smalltalk. Want daar kun je je geen buil aan vallen toch?

Je kunt wel praten met elkaar, maar luister je ook? Goede vragen zijn namelijk vragen die gaan over de ander. Alles begint met goed luisteren. Je zult zien hoe mensen opleven als ze merken dat je echt geïnteresseerd bent.

Ieder kwartaal is er een Non-fictie Leeslounge georganiseerd door de Bibliotheek Gouda is samenwerking met Lily’s Leeslounges. Kijk bij de Non-Fictie Leeslounge voor het boek dat momenteel wordt gelezen en besproken zal worden.

Elke Wiss
Titel: Socrates op sneakers
Schrijver: Elke Wiss
Uitgever: ambo|anthos
isbn: 9789026346897

De wilde stilte – Raynor Winn

Volgens Lily

Na Het zoutpad was ik toch nieuwsgierig naar hoe het verder zou gaan met Moth en Raynor Winn. Na het lopen van het bekende South West Coastal Path moeten ze weer zien te wennen aan het leven in een huis. Een huis dat ze aangeboden krijgen, want geld om zelf iets te huren hebben ze nauwelijks. Moth gaat colleges volgen op de universiteit en Raynor schrijft haar herinneringen aan het zoutpad op. In eerste instantie voor Moth, omdat hij momenten van geheugenverlies heeft. Maar wanneer het script bij een uitgever terecht komt, blijkt het een daverend succes te zijn. De magere jaren zijn over.

Voor het eerst in IJsland zette ik de wifi aan en keek even door de enorme hoeveelheid binnenkomen mail. Er zat er een van mijn literair agent tussen. Der Salzpfad had in Duitland de top tien bereikt en er was over ons geschreven in een veelgelezen tijdschrift. Een selfie van ons, dakloos maar lachend met de vuurtoren van Godrevy op de achtergrond, was nu te zien in alle tijdschriftrekken van Duitsland.

En ze gaan weer lopen, dit keer in IJsland. Met vrienden die ze tijdens het lopen van het zoutpad zijn tegengekomen. En dan merk je dat ze weer helemaal in hun element zijn. Zo mooi om te lezen hoe de liefde voor het ruige landschap en de liefde voor het lopen en in de natuur zijn mensen zo kan doen opleven.

“Hai! Wat een uitzicht, hè.’ Ik had de trekkersgewoonte om iedereen te groeten meteen weer opgepakt en kreeg antwoord in talen en accenten die ik nooit eerder had gehoord, een terloopse erkenning van mensen die elkaar in de vrije natuur tegenkomen.

In 2020 was ik aanwezig bij het interview dat Twan Huys had met Raynor Winn over het succes van Het zoutpad (zie foto hieronder). Wat me daar o.a. van is bijgebleven is het feit dat Raynor en Moth tijdens het lopen merkten dat er wordt neergekeken op daklozen. Toen Raynor en Moth niet meer vertelden dat ze dakloos waren, maar dat ze een sabbatical hadden genomen, was iedereen ineens vol bewondering. Bizar.

Fragment

Alle drie verdwenen over de gekartelde rotsrand van een platte heuveltop. Ik stond alleen op de winderige helling, voor mijn gevoel net zo dicht bij de anderen die boven op de heuvel hun lunch aan het uitpakken waren als bij de gletsjer die hier duizenden jaren geleden een klassieke u-vormige vallei had uitgekerfd. En tegelijk bij de herten die we hadden horen zingen op de berghelling bij Lochan Tuath. En bij de groene steentjes die we hadden gevonden op het strand van de Bay at the Back of the Ocean. Al die momenten voelden groots en aanwezig in de lucht die door de vallei waaide en in het water dat door de rivier stroomde. Het was iets wat zich roerde in de achtergrond van de stromende elementen lucht en water, het gevoel van de aarde in beweging zonder besef van tijd. Ik had eens gelezen dat tijd niet echt bestaat. Tijd is een constructie, door mensen bedacht om veranderingen aan te geven. Vanuit die waarheid ervoer ik de helling waarop ik stond als een plek buiten de tijd, waar alle dingen bestonden en niets verloren was gegaan, maar hooguit een nieuwe vorm had gekregen.

Twan Huys in gesprek met Raynor Winn tijdens het
Internationale Literatuur Festival Utrecht, 2020
Titel: De wilde stilte
Schrijver: Raynor Winn
Uitgever: Balans

Ilyas – Ernest van der Kwast

Volgens Lily

Wat een leuk boek weer van Ernest van der Kwast. We volgen het uitgebluste huwelijk van Peter en Kee die met hun twee kinderen in Rotterdam wonen. Peter raakt van de een of de andere dag zijn baan kwijt, maar vertelt dit niet tegen zijn vrouw omdat hij in haar ogen toch al niets goed kan doen.

Kee dacht aan een uitspraak die ze ergens had gelezen, in een krant, in een interview. Ze was vergeten met wie het gesprek was. Een advocaat of een bekende longarts. Hij had gezegd: ‘We leven twee keer zo lang als vroeger. Daar hoort ook een tweede huwelijk bij.’

Per toeval ontmoet Peter Ilyas, een jongen die het niet heeft meegezeten in zijn leven. Peter probeert Ilyas te helpen zijn leven weer op de rit te krijgen. Maar gaat dit lukken? Het is mooi te lezen hoe Ilyas van Peter leert, maar andersom ook. In het echt helpt Van der Kwast als Rotterdamse Douwer ook jongeren die in de knoop zitten met het maatschappelijk systeem. Een prachtige organisatie: https://rotterdamsedouwers.nl/ik-wil-helpen/

Hij voelde hoe de tijd verstreek, hoe de seconden zich ophoopten. Het was alsof een shovel hem bedolf onder een enorme massa. Hij tilde een bloemkool op. Hij had er meteen spijt van. Waarom zou er onder een bloemkool een bakje bavarois liggen?

Bij het lezen van Ilyas schoot ik regelmatig in de lach, zoals ik dat eigenlijk altijd moet als ik een boek van Van der Kwast lees. Zijn boeken zijn zo heerlijk lichtvoetig en vol met humor geschreven, terwijl de opgetekende onderwerpen vaak zeer serieus zijn. Want eerlijk of niet: welk huwelijk is na 15 jaar nu niet beland in een sleur waarbij je vaak denkt: “Is dit het nou?”

‘Baudelaire heeft een museum ooit vergeleken met een bordeel,’ zei Peter terwijl hij met grote passen door de zaal liep.
‘Wat?’
‘Er zijn meer schilderijen die iets met jou willen dan jij iets met hen.’

Peter werkt(e) bij Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam. In het boek krijg je een inzage in de kunstwereld en in verschillende schilderijen. Dus naast vermakelijk is het boek ook nog leerzaam. Ik zou zeggen: lezen allemaal!

Fragment

‘Wat is dit nou weer?’ had Peter gezegd. Ze zaten aan de eettafel met elkaar, en er was vrede geweest totdat Peters blik op iets of tafel was gevallen. ‘Kan iemand uitleggen wat dit is?’
‘Zout,’ zei Kee. ‘Dit is zout.’
‘Abnormaal zout.’
‘Het is Himalayazout.’
Peter keek naar het doorzichtige plastic vaatje. De inhoud was lichtroze van kleur. ‘Waar is het andere zout?’
‘Dat is op.’
Tristen en Ewan hadden hun bestek neergelegd. Ze keken naar de navulbare zoutmolen op tafel, zoals anderen zouden kijken naar een bom.
‘Ik wil dit zout niet.’
‘Er is geen ander zout,’ zei Kee.
Peter schudde zijn hoofd. ‘Waarom heb je in hemelsnaam Himalayazout gekocht?’
Er kwam een antwoord van Kee, maar hij liet haar niet uitpraten.
‘Ik wil geen miljoenen jaren oud zout,’ zei hij. ‘Ik wil normáál zout. Tafelzout.’
‘Wat is er mis met Himalayazout?’
‘Alles! Alles wat aan zout mis kan zijn.’
‘O, mijn god.’
Peter pakte het plastic vaatje op. ‘Dit zout,’ zei hij, ‘pretendeert beter te zijn dan ander zout, terwijl het precies hetzelfde smaakt en net zo ongezond is.’
‘In Himalayazout zitten veel meer mineralen dan in tafelzout.’
‘Ik geloof er niet in.’
‘Het is schoner dan zeezout.’
‘Ik geloof er niet in!’ Hij riep het nu.
‘Maar waar geloof jij wel in, Peter?’

Titus – Rembrandt
Titel: Ilyas
Schrijver: Ernest van der Kwast
Uitgever: De Bezige Bij
isbn: 9789403160801

De stad der blinden – José Saramago

Volgens Lily

Kun je het je voorstellen: één man wordt blind en dat blijkt zo besmettelijk te zijn, dat in een mum van tijd iedereen blind is. Dat is het gegeven van De stad der blinden van José Saramago. Saramago werd in 1922 geboren in een klein dorpje in Portugal. In zijn tienerjaren verhuisde het gezin naar Lissabon waar hij een opleiding voor automonteur deed. Na zijn opleiding begon hij met lezen, en is daar nooit meer mee opgehouden. In 1944 publiceerde hij zijn eerste roman. Hij bleef schrijven en won in 1998 De Nobelprijs voor de literatuur.

Wat is het leven toch breekbaar als het in de steek wordt gelaten.

Door het lezen van De stad der blinden zou je kunnen denken dat het ons gezichtsvermogen is dat ervoor zorgt dat we de ander als mens kunnen zien en ons in de ander in kunnen leven. Het thema van het boek doet veel denken aan de coronapandemie van dit moment en is dus weer uiterst actueel terwijl het boek al uit 1998 dateert. Maar net als De pest van Albert Camus beleeft De stad der blinden ook een revival.

Als we niet helemaal als mensen kunnen leven, laten we dan tenminste alles doen om niet helemaal als beesten te leven, zo vaak zei ze dat, dat de rest van de zaal die in wezen simpele en elementaire woorden tenslotte verhief tot een maxime, een sententie, een doctrine, een levensregel.

Het boek is chronologisch geschreven en bevat geen flashbacks. Het is lastig een schatting te geven van de tijd die in de roman verstrijkt. Ook de locatie waar het drama zich voltrekt wordt niet genoemd. En ook de personages hebben geen naam, maar worden met een omschrijving aangeduid. Ook het ontbreken van interpuncties maakt het lezen er niet makkelijk op. Maar de beklemming is zo goed voelbaar. En telkens vraag je je af: wat zou ik doen in zo’n situatie?

In 2004 verscheen van de hand van Saramago De stad der zienden. Hierin vertelt hij het verhaal van een volk dat niet gelooft in de eigen democratie en bij verkiezingen dan ook steeds blanco stemt. Klinkt ook heel intrigerend.

Fragment

Toen de blinden die hier zitten elkaar nog op hun vingers konden tellen, toen twee of drie woorden nog volstonden om van vreemden lotgenoten te maken en ze met nog drie of vier erbij elkaars fouten vergaven, waaronder behoorlijk zware, of slechts een paar dagen geduld hoefden te oefenen als de vergeving niet volledig kon zijn, ook toen al was duidelijk wat voor belachelijke benauwenissen de ongelukkigen moesten doorstaan wanneer het lichaam een van die dringende bevrijdingen van hen eiste die wij gemeenlijk aanduiden als het voldoen aan de natuurlijke behoefte. Desondanks, en ofschoon we weten dat een volmaakte opvoeding uiterst zeldzaam is en dat zelfs het netste fatsoen zijn zwakke punten heeft, moeten we toegeven dat de eerste blinden die hier in quarantaine werden gebracht in staat waren om, meer on minder bewust, met waardigheid het kruis van de verheven eschatologische aard van de mens te dragen. Nu echter, nu alle tweehonderdveertig bedden bezet zijn en er ook nog een flink aantal blinden op de grond slaapt, zou geen enkele pen, al is ze nog zo fantasierijk en creatief in het vinden van vergelijkingen, beelden en metaforen, ook maar bij benadering de smeerboel kunnen beschrijven die hier heerst. Niet alleen waren de toiletten in razend tempo verworden tot stinkende spelonken zoals je je de beerputten van de verdoemde zielen in de hel voorstelt, maar ook werden gangen, hallen en nissen op weg ernaartoe al gauw als wc gebruikt, eerst door toeval, omdat iemand het niet zo nauw nam met het fatsoen of in hoge nood verkeerde, later uit gewoonte. Ze dachten, Och wat, er is toch niemand die mij ziet, en dan gingen ze gewoon niet verder.

Titel: De stad der blinden
Schrijver: José Saramago
Uitgever: Meulenhoff
isbn: 9789029091121

Daisy Jones & The Six – Taylor Jenkins Reid

Volgens Lily

Wat een bijzonder boek! In z’n geheel geschreven als een soort interview met alle betrokkenen in het boek. Je leest steeds wat de een denkt, dan wat de ander denkt. Wat een mooie blik werkt op hoe mensen verschillend tegen dezelfde situatie aan kunnen kijken. Taylor Jenkins Reid schreef met Daisy Jones & The Six het verhaal van Daisy Jones die eind jaren 60 wordt toegevoegd aan de (fictieve) band The Six van Billy Dunne. Vanaf dan is hun leven een rollercoaster. De band doet het goed, dankzij Daisy. Maar het is ook de tijd van sex, drugs and rock ’n roll. Waar Billy zo goed en kwaad als het gaat trouw probeert te blijven aan zijn vrouw en dochters, gaat Daisy compleet los.
Of het aan de vertaling licht of het origineel, ik vind er veel rare zinnen in zitten.

Billy: Alles was ingeladen, de buschauffeur reed de oprit af en toen kwam Camilla in haar pyjama de stoep op rennen. Ze was naar beneden gekomen om ons uit te zwaaien. Ik zwaaide terug, maar… Ik vond het moeilijk om haar aan te kijken.

Het verhaal doet erg denken aan het leven van Stevie Nicks van Fleetwood Mac. Reid is gefascineerd door haar leven. De rechten van het boek zijn inmiddels verkocht aan Reese Witherspoon die er een serie van gaat maken.

Daisy: Ik werd verliefd op de verkeerde man, die tegelijkertijd de ware was. En ik had keer op keer keuzes gemaakt die het erger maakten en nooit beter. En uiteindelijk had ik mezelf het laatste zetje gegeven.

Leuk is dat de teksten van de songs die in het boek worden beschreven achterin het boek staan. Ik ben dan ook reuze benieuwd naar de serie, want daar is het wel mogelijk de muziek te laten horen. Dat blijft wat mij betreft toch een beetje het mankement van een boek over een muziekband, het blijft bij tekst…

Fragment

Billy: Daisy vond het geweldig om een album op te nemen. Dat wist ik. Ik had het met eigen ogen gezien. Er was maar één reden waarom Daisy een kans om haar eigen nummer op te nemen zou laten schieten: dat ze volledig van de wereld was door de drugs.
Het doet pijn als je meer om iemand geeft dan hij- of zijzelf. Dat heb ik van beide kanten meegemaakt.
Dus Rod en ik reden er samen naartoe. We waren in een kwartiertje bij haar bungalow in het Marmont, het was niet ver. Wij vragen waar we Lola la Cava kunnen vinden – ze gebruikte natuurlijk een schuilnaam. Uiteindelijk zegt iemand dat we maar bij het zwembad moeten gaan kijken.
En toen we daar aankwamen, zien we Daisy in een roze jurk op de rand van een duikplank zitten, omringd door mensen, kletsnat. Haar haar zat achterover geplakt op haar hoofd en de jurk plakte aan haar lijf.
Rod liep naar haar toe en ik weet niet wat hij zei, maar zodra ze hem zag schoot er iets van herkenning in haar blik. Ze was vergeten waar ze verwacht werd, tot ze hem zag. Het was precies zoals we al dachten. Totaal van de wereld. Ik bedoel, alleen drugs gingen voor haar boven de muziek.
Terwijl ze met Rod zat te praten, zag ik hem naar mij wijzen. Daisy volgde zijn hand met haar blik en ze was… Ze keek verdrietig. Toen ze me zag. Toen ze zag dat ik naar haar stond te kijken.
Er stond een vent naast me, ik zou zeggen een ouwe lul, maar hij kan niet veel ouder dan veertig zijn geweest. Ik kon de whisky in zijn glas ruiken, die rokerige ontsmettingsgeur. Voor mij is de geur altijd het probleem geweest. De geur van tequila, de geur van bier. Zelfs van coke. Al die geuren. Dan ben ik meteen weer terug. Wanneer het voelt alsof de avond nog jong is, als je weet dat je op het punt staat je er helemaal in te storten. Dat begin is zo lekker.

Stevie Nicks
Titel: Daisy Jones & The Six
Schrijver: Taylor Jenkins Reid
Uitgever: ambo|anthos
isbn: 9789026349249

Ik blijf hier – Marco Balzano

Volgens Lily

Soms kies je een boek uit omdat de cover er zo uitnodigend uitziet. Zo ging dat ook met Ik blijf hier van Marco Balzano. Ik had niet eerder van de schrijver gehoord. Wel een recensie gelezen over het boek. Waarvan de zin: “Nadat Mussolini in 1923 aan de macht is gekomen wordt de bevolking het gebruik van hun moedertaal ontzegd.” was blijven hangen.

Af en toe, als we alleen waren, barstte ik in huilen uit, en dan pakte ze mijn hand. Ik heb me nooit zozeer dochter gevoeld als toen jij ervandoor was gegaan.

Het verhaal speelt in het dorp Curon. Dit dorp heeft in de geschiedenis aan diverse landen toebehoord. Hoofdpersoon Trina groeit op in Curon, trouwt met Erich en maakt het allemaal mee. Zoals de Tweede Wereldoorlog. Net buiten het dorp wordt een dam aangelegd die het dorp uiteindelijk onder water zal zetten. Alleen de kerktoren is uiteindelijk nog zichtbaar (zie foto). Trina vertelt het hele verhaal aan haar dochter, die het dorp is ontvlucht. In onderstaand fragment komt dat goed naar voren. Zal zij haar ooit nog terug zien?

Erich antwoordde dat ik mijn mond moest houden toen ik hem zei dat God de hoop is van degenen die geen vinger willen uitsteken.

Toen ik het boek uit had, was ik verbaasd over het feit dat ik zo weinig van deze geschiedenis ken, terwijl het eigenlijk zo dichtbij is gebeurd. In het nawoord vertelt de schrijver hoe hij meerdere keren in Curon is geweest. Dit nawoord is een leuke toevoeging aan het boek. Op Netflix is er inmiddels ook een serie Curon, maar die heeft niets te maken met dit historische verhaal. Het boek is zeker een aanrader!

Fragment

Sinds hij weg was, voelde ik me verwilderd. Ook ik stonk naar stallucht en zweet en mijn handen waren eeltig. Ik verwaarloosde mezelf. Ik keek niet meer in de spiegel en ik had altijd dezelfde slobberige trui aan, een sjaal voor mijn neus en mond, en mijn haar met een stuk hout bijeengehouden.
Op zaterdag klopten de vrouwen met brieven van hun echtgenoot bij me aan en ik ging aan tafel zitten om ze aan hen voor te lezen. In werkelijkheid viel er niet veel te lezen, want de censuur schrapte zo’n beetje alles. Maar ze waren koppig, ze trokken me het papier uit handen en hielden het tegen het licht omdat je volgens hen zo de letters kon zien. Om te zorgen dat ze weer weggingen, verzon ik van alles. Ik zei dat het goed ging met hun man, dat ze iedere dag te eten kregen en dat ze niet al te veel bezig waren met vechten. Of dat ze niet wisten waar ze zich bevonden, maar dat het rantsoen heel behoorlijk was en dat ze binnenkort thuis zouden komen. Ik sloot af met allerlei onbenullige amoureuze zinnetjes, zodat de vrouwen helemaal opgefleurd naar huis teruggingen. Een van hen, Claudia, zette grote ogen op en riep uit: ‘Hij is me opeens romantisch geworden aan het front.’ En stomverbaasd ging ze naar huis. Om me te bedanken gaven de vrouwen me muntgeld, dat ik aannam en aan Ma gaf. Het deed me niets dat ik een goede daad had verricht.
Als iedereen weer weg was, gooide ik de ramen open om de muffe lucht te verdrijven. Ik ging op mijn stoel zitten en keek de kamer rond. Als ik zin kreeg om te schrijven, deed ik dat niet meer aan jou. Als ik je vader schreef, had ik het gevoel jou te verdringen.

Titel: Ik blijf hier
Schrijver: Marco Balzano
Uitgever: De Arbeiderspers
isbn: 9789029528504

Op het geniale af – Benedict Wells

Volgens Lily

Het einde van de eenzaamheid van Benedict Wells las ik enkele jaren geleden en was daar zeer enthousiast over. Dus toen Op het geniale af verscheen, z’n volgende boek, wilde ik het direct lezen. Maar wat er dan natuurlijk dik in zit: het kan eigenlijk alleen maar tegenvallen. En dat is dan niet omdat Op het geniale af slecht is geschreven, maar om het verhaal of beter gezegd: hoe het verhaal verteld wordt.

‘Waar het om gaat is dat je al je stomme dromen en je hoop vasthoudt en nooit meer loslaat. Je kunt jammeren, wanhopen en janken zo veel je wilt. Maar zelfs als je niet meer in jezelf gelooft mag je ze nooit loslaten. Want als je dat doet is het afgelopen, kleine. Dan is je leven voorbij. Dan kun je nog jaren rondlopen, maar vanbinnen ben je dan allang dood…zoals de meeste mensen hier.’

Francis Dean woont met zijn moeder op een vervallen trailerpark in New Jersey. Hij hoort op een dag dat hij met een spermadonor verwerkt is. En niet zomaar een donor, maar een bijzonder intelligente man. Francis gaat op zoek naar zijn vader. Genoeg ingrediënten dus voor een mooi verhaal. Het grootste deel van het boek beschrijft de reis die Francis samen met twee vrienden maakt in een oude Chevy. Wat nu zo jammer is aan dit boek, is dat de karakters zo vlak blijven, er van alles met ze gebeurt, maar dat niet uit de verf komt.

Hij keek lang naar de foto van zijn moeder en ineens werd hij verschrikkelijk kwaad omdat het leven een mens zo kapot kon maken. Dat het van het stralende meisje op de foto een van medicatie trillende vrouw in een trailer kon maken die nog altijd naar dat ‘nieuwe’ verlangde terwijl ze allang door het leven was ingehaald.

Het boek heeft wat mij betreft een hoog young adult gehalte. Jonge mensen maken spannende dingen mee tijdens een roadtrip. Maar voor mij als volwassenen lezer had er meer diepgang in mogen zitten.

Fragment

Wat er de ogenblikken daarna gebeurde drong niet echt tot hem door. Hij zat in een tunnel van licht en lawaai, hij zag alleen nog geknipper. De croupier verzocht iedereen in te zetten en het begon. Zonder erbij stil te staan zette hij duizend op rood. Het balletje stuiterde. De croupiers aan de andere tafels maakten alleen een handgebaar, maar deze hier zei: ‘Rien ne va plus!’ Heel even besefte Francis wat hij deed en hij schrok. Duizend dollar had hij ingezet! Hij dacht aan de aanmaningen voor de huur van de trailer en de onbetaalde telefoonrekeningen en keek naar het dansende balletje, dat steeds langzamer bewoog en ten slotte op de tien bleef liggen. Zwart.
‘Nee!’ zei Anne-May.
De eerste duizend dollar was weg. Maar dat kón niet, hij had toch gedroomd dat hij hier zou winnen? Uit pure koppigheid zette hij de andere duizend weer op rood. De roulette begon te draaien. De croupier gooide het balletje er met effect tegen de draairichting in en iedereen wachtte weer vol spanning.
‘Rien ne va plus!
Het balletje vertraagde en bleef ten slotte op tweeëntwintig liggen. Weer verloren. Francis hoorde een kreet: een man die precies op dat getal had ingezet, had gewonnen. Bij een inzet van vijfduizend een vermogen.
‘Dat kan toch niet,’ mompelde Francis. ‘Dat kán gewoon niet!’ Zijn blik werd troebel en hij stond op. Maar niet om terug te gaan naar het hotel. Hij liep in een recht lijn naar het wisselloket om weer tweeduizend voor fiches in te wisselen. Het mocht nog niet afgelopen zijn!

Titel: Op het geniale af
Schrijver: Benedict Wells
Uitgever: Meulenhoff
isbn: 9789029093781

Liefde als het erop aankomt – Daniele Krien

Volgens Lily

Na een recensie in een tijdschrift leende ik Liefde als het erop aankomt van de voor mij onbekende Duitse auteur Daniela Krien bij de bibliotheek. Het boek gaat over Paula, Judith, Brida, Malika en Jorinde. Vijf vrouwen die op zoek zijn naar liefde, die hebben gevonden of weer zijn kwijtgeraakt. En hoewel het er natuurlijk niet toe doet, maar wat een mooie cover. Gelukkig na de vertaling in stand gelaten.

‘Ik heb je niet nodig’ – hoe vaak had Brida hem die zin niet naar zijn hoofd geslingerd. Zij, die woorden hoger had zitten dan hij, had er lichtvaardig gebruik van gemaakt, had hun macht onderschat.

Het is een mooi geschreven boek, geen zin teveel, ingetogen, en invoelbaar. Ik hou van dit soort boeken. Er heerst een soort van stilte terwijl het verhaal zich aan je ontvouwt. Het is eigenlijk een mix tussen korte verhalen en een roman. Het verhaal bestaat uit vijf korte verhalen over de vijf hoofdrolspeelsters. Maar ieder kort verhaal eindigt waar het volgende korte verhaal begint en zo wordt het toch een roman. Heel mooi gedaan.

Ze was jong. Zo jong dat Jorinde medelijden kreeg. Maar een waarschuwing zou niets uithalen. Haar verliefdheid zou haar onontvankelijk maken voor de waarheid.

We kennen het allemaal, problemen met de liefde, vandaar waarschijnlijk dat het zo aanspreekt. Zeker een aanrader!

Fragment

Rustig schrijven.
Jarenlang had ze niets anders gewild.
En nu, nu ze de kinderen nog maar de helft van de tijd heeft – nu ze nog maar de helft van hun jeugdjaren meekrijgt, de helft van het plezier, de helft van hun zorgen – komen er geen woorden meer. Nu het wisselmodel, het eerlijkste verdelingsmodel wat de kinderen betreft, haar de vrijheid geeft om ongestoord te werken, droogt de bron op.
Wat haat ze het, dit model dat de kinderen hun ankers ontneemt, dat hen van vaderweek naar moederweek, van vaderhuis naar moederhuis drijft, opdat alles eerlijk geschiedt. Maar ook Brida had zichzelf niet tekort willen doen.
En zelfs nu, op vakantie, gaat het er eerlijk aan toe. De ene helft van de dag brengt Götz met Svenja en de kinderen door, de andere helft is voor Brida. En als ze toevallig met z’n allen besloten hebben om de dag aan het meer door te brengen, zien ze eruit als één grote, gelukkige familie.

Titel: Liefde als het erop aankomt
Schrijver: Daniela Krien
Uitgever: ambo | anthos
isbn: 9799026348358