Shuggie Bain – Douglas Stewart

Volgens Lily

Het lijkt een trend: na de dertienjarige Brian uit Zomervacht en de twaalfjarige Caitlyn uit Aquarium is het in Shuggie Bain de jonge Shuggie die een ellendige jeugd doormaakt. De Schotse Douglas Stuart heeft jaren lopen leuren met zijn manuscript voordat Shuggie Bain werd uitgegeven, en vervolgens een enorm succes werd. Hij won er zelfs The 2020 Booker Prize mee. Het boek kwam eerst in de Verenigde Staten uit waar Stuart woont, een aantal maanden later in Groot Brittannië. Het boek is sterk autobiografisch.

Zijn feestkleding lag klaar op haar bed. Het was zijn gangsteroutfit, het zwarte overhemd met de witte stropdas. In stilte kleedden ze zich aan, als een ongelukkig getrouwd stel dat naar een heel chic feest moest.

Shuggie is een kansarm jongetje dat opgroeit in een vervallen sociale huurwoning in Glasgow in de jaren tachtig. Het boek is ook een verhaal over onvoorwaardelijke liefde van een jongen voor zijn aan de drank verslaafde moeder. Want moeder Agnes verwijdert zich steeds verder van haar kinderen. Ze is getrouwd met een taxichauffeur die volop vreemdgaat. Op een gegeven moment gaat ze alleen met haar kinderen in een flodderwijk wonen waar ze al snel ruzie met iedereen krijgt. Toch probeert ze de glamour op te houden. Met mooie kleding, haar getoupeerd en een hagelwit gebit. Maar de drank neemt langzaamaan de overhand totdat Shuggie er compleet alleen voorstaat.

Agnes trok de kraag van haar mantel goed dicht en glimlachte ten afscheid. ‘O ja, ik heb je vent geneukt. Hij bakte er niks van.’ Ze snoof van afkeer bij de herinnering. ‘Zijn onderbroek zat vol met remsporen, echt zo gênant.’

Daarnaast worstelt Shuggie ook nog met zijn seksualiteit. Hij is homo en in het conservatieve Glasgow van de jaren tachtig is dat niet makkelijk. In eerste instantie steunt Agnes haar zoon nog. Maar dat duurt niet lang. Shuggie Bain is een beklemmend boek, tijdens het lezen wil je zo graag dat er andere keuzes gemaakt worden, maar het blijft ellende. Toch is Shuggie een jongetje waar je wel van moet houden.

Fragment

Daarna deed Shuggie zijn best om zijn ogen niet te lang op één punt te laten rusten, maar ondertussen bestudeerde hij heimelijk zijn vader. Hij wist bijna niets over hem en terwijl iedereen zat te eten, wierp hij steelse blikken op deze man en vroeg hij zich af waarom hij deze andere kinderen wel om zich heen duldde, maar hem in de steek had gelaten.
De onbekende man nam af en toe een slok melk, terwijl zijn blik onafgebroken als een zoeklicht over de anderen gleed. Als hij zijn glas weer neerzette, streek hij met zijn andere had voldaan over zijn glimmende snor. Pas toen Shuggie zelf nerveus over zijn bovenlip wreef, keek zijn vader eindelijk naam hem en namen ze elkaar zwijgend op.
Na het eten liet Joanie hem zien waar hij zou slapen. Het huis had dan wel een aparte eetkamer, maar bleek verder heel klein te zijn. De oudste zoon sliep in een eenpersoonsbed in een smalle kast onder die wonderbaarlijke trap. Hij gaf les, scheikunde of zoiets, en zijn kast hing vol met Star Trek-parafernalia, die allemaal met een onzichtbare draad aan het plafond waren bevestigd. Als hun oudste en slimste in de kast sliep, waar zou Shuggie dan wel niet terechtkomen?
Joanie nam hem mee naar boven en liep een paar slaapkamertjes voorbij. Er bleek nog een zevende Micklewhite te zijn, die ook Hugh heette, maar die zat interne op een kadettenschool. Joanie deed het kale peertje in zijn kamer aan en zei dat Shuggie, de nieuwe Hugh, hier kon slapen, ‘tijdelijk dan, hè.’ Het was een rommelige kamer: net geen kinderkamer meer maar ook nog geen grotemensenslaapkamer. Op de vensterbank waren groene soldaatjes vastgeplakt en aan de muren hingen posters van een blote Samantha Fox. Hugh Micklewhites kleren lagen nog in een grote hoop naast zijn bed, schoon en vuil door elkaar. Shuggie maakte een plekje vrij op de lakens en ging op het doorgezakte matras zitten. Zijn hoofd tolde.
Hij telde op zijn vingers. Catherine en Leek meegerekend had Shug veertien kinderen. Vier van zichzelf, uit zijn eerste huwelijk, dan Shuggie, met Catherine en Leek erbij, en tot slot de zeven halfvolwassen Micklewhites om de collectie compleet te maken. Shug had drie zoons die naar hem waren vernoemd: één Hugh per vrouw. Na deze optelsom begreep Shuggie dat hij blij mocht zijn met die drie uur die zijn vader aan hem had besteed.

Het nieuwe boek van Douglas Stewart
Titel: Shuggie Bain
Schrijver: Douglas Stuart
Uitgever: Nieuw Amsterdam

Appels vallen niet – Liane Moriarty

Volgens Lily

Al eerder las ik boeken van Liane Moriarty: Het geheim van mijn man en Kleine grote leugens. Van dit laatste boek werd een populaire tv-serie gemaakt: Big Little Lies met o.a. Reese Witherspoon en Nicole Kidman. En nu dus Appels vallen niet. Het verhaal gaat over het gezin Delaney, een gezin om ogenschijnlijk jaloers op te zijn. Ouders zijn voormalig tennisleraren Stan en Joy en hun vier inmiddels volwassen kinderen. Allemaal druk druk druk. Maar dan verdwijnt Joy….

‘We kunnen geen gegevens vinden die erop wijzen dat je moeder het land heeft verlaten,’ zei Christina. ‘En we weten bovendien dat ze haar paspoort niet bij zicht heeft.’

Zoals bij veel romans heeft dit ook de opzet dat er twee verhaallijnen zijn: het ‘nu’ en het ‘verleden’. Afgewisseld per hoofdstuk. Uiteindelijk leiden die tot het laatste hoofdstuk waarin alle plotlijnen samen komen. Maar toch was ik enigszins teleurgesteld toen ik las waar Joy nou geweest was.

Daarom had Brooke het gezicht van dat kleine meisje herkend in dat artikel. Ze had Savannah als kind een keer ontmoet. Het was geen toeval dat ze bij haar ouderlijk huis op de stoep had gestaan: ze was er al een keer geweest.

Ook van Appels vallen niet is een tv-serie in de maak. Liane Moriarty, kun je met recht een bestseller auteur noemen. Ze is een van de meest succesvolle Australische schrijvers die er is. Het zou ook aan de vertaling kunnen liggen, maar ik vond de taal in dit boek soms irritant. Rare zinnen, rare conclusies. Maar goed, als je lekker snel leest, zie je dat allemaal niet en heb je toch 560 pagina’s leesplezier gehad!

Fragment

‘We sliepen in aparte kamer.’ Stan beantwoordde Christina’s vraag met een strakke blik.
‘Was dat een nieuwe ontwikkeling?’ vroeg Christina.
‘Relatief nieuw, ja.’
Ze controleerde haar aantekeningen. ‘En u ging die ochtend meteen weg om melk te kopen?’
‘Ja,’ zei Stan. ‘De melk was op. Ik heb toen ook meteen een krant gekocht.’
‘Juist,’ zei Christina. ‘En toen kwam u thuis, maar u hebt mevrouw Delaney daar niet gezien.’
‘Niet meteen. Ik was… iets aan het lezen, in mijn werkkamer.’
Dat was nieuw. Wat was hij dan aan het lezen?
Ethan leunde naar vore. Christina ook ‘Wat was u aan het lezen?
‘Gewoon wat paperassen.’
‘Wat voor paperassen?’
Stan haalde zijn schouders op. ‘Niks belangrijks.’
Ethan zag de leugen en hij wist dat Christina die ook zag. Hij zag haar wachten. Ze bleef stil. Hij vroeg zich af of haar hart even hard bonsde als het zijne. Stan zei niets. Misschien was hij wel degene met het snelst kloppende hart in zijn kleine kamer.
‘Juist,’ zei Christina later. ‘Dus u was die “paperassen” aan het lezen en toen hoorde u de voordeur.’
‘Ja,’ zei Stan. ‘Ik weet niet waar ze was geweest. Maar ik hoorde haar binnenkomen. En toen ging ik met haar praten, in de keuken. Ze dronk een glas water. Ze leek… zich ergens druk over te maken.’
‘En jullie kregen ruzie.’
‘Inderdaad.’
‘Waarover?’
Hij sloeg zijn armen weer over elkaar. Defensief. ‘Het was een doodgewone ruzie tussen man en vrouw.’
‘Gezien het feit dat uw vrouw het huis heeft verlaten en nu bijna drie weken vermist wordt, zou ik zeggen dat dit meer was dan een gewone ruzie tussen man en vrouw, meneer Delaney.’

Liane Moriarty
Titel: Appels vallen niet
Schrijver: Liane Moriarty
Uitgever: A.W. Bruna Uitgevers

Hotel Portofino – J.P. O’Connell

Volgens Lily

Ik zal eerlijk zijn, dit boek koos ik puur en alleen voor de titel en de cover. Ik zou op vakantie naar Italië gaan en dan lees ik ook altijd graag boeken die zich in Italië afspelen. En dat werd dus o.a. Hotel Portofino van de Engelse journalist J.P. O’Connell. Dit boek is zijn internationale doorbraak. Op de cover wordt het aangekondigd als een boek voor de fans van Downton Abbey. Nu heb ik daar nooit één aflevering van gezien, maar na het lezen van dit boek kan ik me er iets bij voorstellen.

Het was een spectaculair uitzicht. Maar ook een beetje saai, moest Rose eerlijk bekennen. De zee dééd tenslotte niet veel. Het was gewoon… de zee, en die zag er overal ter wereld hetzelfde uit.

Het verhaal speelt in het jaar 1926, na de Eerste Wereldoorlog waar de familie Ainsworth, die het hotel runt, diverse familieleden aan heeft verloren. In het Italië van 1926 staat het fascisme van Mussolini op het punt van uitbarsten. Deze historische feiten zijn mooi meegenomen in het verhaal. Maar verder gaat het voornamelijk om alle gasten in het hotel en hun wel en wee. En daarbij zijn alle soorten en maten meegenomen (een Indiër, een homo, een donkere vrouw, rijke en arme mensen).

De oudere vrouw was nog niet overtuigd. ‘Kan ik mezelf aan hem toevertrouwen? Je weet wat ze over Italianen zeggen.’
‘Ik ben bang van niet, lady Latchmere.’ Echt, die vrouw hield er vreemde opvattingen op na.

En het zou geen Italiaans boek zijn als er ook geen corruptie en afpersing in voorkwam. Zoals een van de gasten in het boek ook al zegt: het hele verhaal heeft wel iets weg van een Agatha Christie. Wat dan tegenvalt is het einde: je verwacht dat de zoon des huizes uiteindelijk zal trouwen met de beeldschone dienstbode, maar hij gaat toch zoals zijn vader van hem verwacht, voor de dochter van een vriendin van vroeger (en dus voor het geld). Misschien wel als je naar Portofino op vakantie gaat, maar verder vind ik dit boek niet echt een aanrader.

‘Ik kan een heel boek vol schrijven als het gaat over verboden liefde,’ Haar hand ging naar zijn schouder. ‘Je hebt bondgenoten nodig, Nish. Dat geldt voor iedereen die buiten de marges valt.’

Fragment

Bella vond het leuk om zelf de badkamer te bevoorraden. De betere kamers in Hotel Portofino hadden een eigen badkamer. Cecil en zij hadden geïnvesteerd in de modernste warmwatertechnologie. Mensen verwachtten tegenwoordig een bad te kunnen nemen – zonder dat er bedienden bij moesten staan om houtblokken in een kachel te doen. En sommige van de oude systemen waren ronduit gevaarlijk. Iedereen kende het verhaal van de ontploffende geiser in Castello Brown. Een of andere onfortuinlijke Engelse toerist had hem op het verkeerde moment aangedaan en – nou, drie maanden later waren ze nóg aan het renoveren.
Bella liep over de glanzende mozaïektegels, legde een schone witte handdoek bij de wastafel en zette een geurkaars op een richel naast het reusachtige bad op pootjes. De eerdere huurders in april – een ouder echtpaar, vreselijke zeurpieten uit Guildford – hadden geklaagd over stank. Belle had niet kunnen ontdekken wat er er mis was. Maar bij de Drummond-Wards zou ze geen enkel risico nemen.

Portofino
Titel: Hotel Portofino
Schrijver: J.P. O’Connell
Uitgever: Luitingh-Sijthoff

Het feest van de eeuw – Taylor Jenkins Reed

Volgens Lily

Na De zeven echtgenoten van Evelyn Hugo weer zo’n lekkere page turner van Taylor Jenkins Reid. Reid is een jonge Amerikaanse auteur uit Los Angeles die in korte tijd een aantal internationale bestsellers heeft geschreven.

Nog voordat ze antwoord kon geven rolde hij de poster al voor haar uit. Ze had niet bijgehouden hoe vaak er mensen naar het restaurant waren gekomen met een poster van haar, surfend in bikini, en een handtekening van haar wilden. En hoewel ze het heel bizar vond zei ze nooit nee.

Het feest van de eeuw (oorspronkelijke titel: Malibu Rising) gaat enerzijds over een dag in het leven van Nina Riva, een bekend surfster en host van een jaarlijks groot feest. Anderzijds wordt de familiegeschiedenis van de Riva’s beschreven. Het feest staat voor aan dramatische nacht in het leven van een beroemd gezin, waarin ieder van hen voor een keuze komt te staan met gevolgen voor hen allemaal. Deze twee verhaallijnen komen mooi samen aan het eind van het boek.

Nina besloot dat het tijd was om de bijkeuken uit te komen, al was het alleen maar omdat het er bedompt begon te worden. Maar ook omdat ze, zolang het feest toch nog aan de gang was, er iets van mee wilde maken.

Toch vind ik dit boek niet zo verslavend als De zeven echtgenoten van Evelyn Hugo. Daar zaten steeds plotwendingen in die je niet had zien aankomen. Het feest van de eeuw is iets voorspelbaarder. Op de cover staat dat dit boek onderdeel is van: De California Dream-Reeks. Ben benieuwd wat daar mee bedoeld wordt.

Het begon al wat lichter te worden aan de hemel. Nina was doodmoe. Met een onverwachte warmte in haar stem zei ze: ‘Volgens mij is het probleem dat jouw liefde niet zoveel te betekenen heeft, pap.’ Mick sloot zijn ogen. Hij knikte. En hij zei: ‘Ik weet het, schat. Ik weet het. En het spijt me.’

Ook qua taal is het boek niet bijzonder. Er staan geen pareltjes van zinnen in. Maar het is wel een heerlijk boek om lekker op strand te lezen!

Fragment

Ze bekeek zichzelf in de spiegeldeuren van de kasten. Ze leek op haar moeder. Ze kon June zien in haar ogen en wenkbrauwen, in de manier waarop haar jukbeenderen haar gezicht rond maakten. Ze kon haar moeder in haar lichaam zien, kon haar in haar hart voelen, kon haar soms zelfs voelen in wat ze deed. En hoe ouder ze werd, hoe duidelijke het was.
Nina was nu vijfentwintig. En dat vond ze jong klinken, want in haar ziel voelde ze zich veel ouder dan vijfentwintig. Het kostte haar altijd moeite om de feiten van haar leven te rijmen met de werkelijkheid. Vijfentwintig maar ze voelde zich veertig. Getrouwd maar alleen. Kinderloos maar… Ze had toch kinderen opgevoed?
Ze trok een spijkerbroek met omgeslagen pijpen aan en een verschoten Blondie-T-shirt waarvan ze de mouwen had afgeknipt. Ze deed niets aan haar natte haar waaruit druppels over haar rug liepen. Ze gespte haar zilveren horloge om en zag dat het al bijna tien uur was. Om twaalf uur had ze in het restaurant afgesproken voor de lunch met haar broers en zusje.

Titel: Het feest van de eeuw
Schrijver: Taylor Jenkins Reid
Uitgever: ambo|anthos

De overlevenden – Alex Schulman

Volgens Lily

De overlevenden van Alex Schulman is een prachtig boek. Ik kan niet anders zeggen. Alles wat ik over de inhoud van dit boek zou zeggen, is een spoiler. Want het verhaal zit zo ingenieus in elkaar. Dat je als lezer al meer weet bijvoorbeeld. Het verhaal gaat over de drie broers Pierre, Nils en Benjamin en hun jeugd in het vakantiehuis aan het meer ergens in Zweden. De spanning tussen de broers loopt op. Het hele boek werkt toe naar de tragedie die zich destijds heeft afgespeeld. Maar welke tragedie was dat?

Hij dacht dat hij het misschien bij het verkeerde eind had gehad. Hij dacht altijd dat mama was opgehouden te leven, maar misschien was ze alleen maar opgehouden met hem te leven, en met haar gezin.

Hun moeder is inmiddels overleden. Het contact met haar is nooit goed geweest. Ook het contact met elkaar zijn ze een beetje verloren. De reis naar het vakantiehuis is tevens een reis naar het verleden, toen ze door hun ouders volledig aan hun lot werden overgelaten.

En rouw verstomt je.
Pierre en Nils. Ik heb me zo vaak voorgenomen met jullie te praten dat ik uiteindelijk dacht dat ik het ook echt had gedaan.

Na een bezoek aan het huis van hun moeder vallen ineens alle puzzelstukje op de juiste plek. Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Ik zou zeggen: lezen dit boek!

Fragment

Je kunt niet zomaar een urn komen halen. U doet een aanvraag waarin u verzoekt een privé-asverstrooiing uit te mogen voeren, u schrijft waar u de as wilt uitstrooien en u voegt een kaart toe of een zeekaart als u dit op zee wilt doen. Vervolgens wordt deze door het provinciebestuur bekeken en na ongeveer een week laat het dan zijn besluit weten’.
‘We hebben helaas geen week de tijd. Dit moet vandaag gebeuren.’
‘Ik laat u geen urn meegeven als ik niet weet of er toestemming is verleend door het provinciebestuur.’
‘Kunt u niet gewoon naar deze papieren kijken? Dan kunt u zien dat er niets vreemds aan de hand is. We staan namelijk een beestje onder tijdsdruk.’
‘We hebben hier een gezegde,’ zegt de man, terwijl hij de documenten op dezelfde stapel legt. ‘Alles op zijn tijd en één ding tegelijk. Als je je met dit soort zaken bezighoudt, mag je geen haast hebben.’
Nils laat een kort lachje horen. Hij stopt de papieren methodisch terug in de map en sluit deze.
‘Dit is het geval. Vandaag zou mijn moeder worden begraven. En gisteravond waren mijn broers en ik in haar flat, om te kijken of daar nog dingen van waarde waren die we wilden hebben, voordat een verhuisbedrijf alles kwam weghalen. Boven in de bureaula van mijn moeder vonden we een brief waarop stond: In geval van mijn overlijden.’

Titel: De overlevenden
Schrijver: Alex Schulman
Uitgever: De Bezige Bij

Mijn zusje en de zee – Donatella Di Pietrantonio

Volgens Lily

Soms lees je een boek dat je gewoon omver blaast. Mijn zusje en deze zee van Donatella Di Pietrantonio is zo’n boek. Het verhaal is mooi, maar hoe het geschreven is, is nog veel mooier. Op een gegeven moment zat ik twee verhaallijnen tegelijkertijd te lezen. Zo ingenieus vervlochten dat het niet één keer ingewikkeld werd. Grote klasse van deze schrijfster.

Ik keek naar Piero en naar de eenzaamheid van zijn voetsporen. Het lukte me niet een begin te achterhalen van wat ons overkwam. Ik had alle tekenen uitgewist, een hele reeks lieve afwijzingen en lichte irritaties genegeerd.

Het Italiaanse origineel heet Borg Sud. Het boek speelt in deze wijk in de plaats Pescara aan de kust van Italië. Van het begin af aan is het onduidelijk waarom de kinderen niet bij hun ouders zijn opgegroeid. En waarom ze zo’n moelijke band met hun ouders hebben. Maar gaandeweg het verhaal wordt dat duidelijker.

Met mijn zusje deelde ik een erfenis van onuitgesproken woorden, nagelaten gebaren, geweigerde zorg. En van zeldzame, onverwachte attenties. We waren dochters zonder moeder. We zijn nog steeds, net als toen, twee van huis weggelopen kinderen.

Het verhaal gaat over twee zussen, de een heet Adriana, maar hoe de vertelster van het verhaal heet wordt niet duidelijk. Hoewel ze elkaar soms jaren niet zien, hebben ze een band die ze altijd weer bij elkaar brengt. Een fantastisch boek dat je, zeker als liefhebber van Italiaanse auteurs zoals ik, moet lezen. Een aanrader!

Ik denk dat het jaloezie was dat ik me ergerde aan de vertrouwelijkheid tussen die twee, het vrijuit met elkaar praten, elkaar zo na zijn. Mijn zusje had me ingeruild voor nieuwe genegenheid.

Fragment

In de Viale Regina Margherita ging ik zo langzaam mogelijk rijden. Adriana keek verstrooid naar buiten, met gefronst voorhoofd, de foto van onze broer op haar schoot. Ik moest nu snel met haar praten, thuis zouden we Piero en het kind aantreffen en dan zou ze me helemaal niks meer vertellen.
‘Weet je dan tenminste wanneer Rafael terugkomt?’ vroeg ik voorzichtig.
Ze schudde geërgerd van nee.
‘Als je me vertelt wat er is gebeurd, kan ik je misschien helpen.’
Ze schoof weg, leunde met heel haar lichaam tegen het portier, alsof ze er schoon genoeg van had. Ze snoof en mompelde iets in zichzelf. Toen boog ze zich plotseling naar me over, haar neus bijna tegen me aan.
‘Je wilt me helpen? Hoeveel geld heb je? Rafael zit tot over zijn oren in de schulden, als je het zo graag wilt weten,’ en ze draaide zich weer van me af, met haar armen over elkaar.
Ik zweeg, overrompeld door deze onverwachte uitval.
‘Blijf je met zo’n slakkengangetje doorrijden? Misschien moet je neefje eten,’ schreeuwde ze ineens. Haar woede vibreerde door de hele auto.

Titel: Mijn zusje en de zee
Schrijver: Donatella Di Pietrantonio
Uitgever: Signatuur

Een vriendschap – Silvia Avallone

Volgens Lily

Op zoek naar een cadeautje zag ik dit boek liggen bij de boekhandel. Kocht het en deed het cadeau. Toen ik het bij de bieb zag liggen had ik zelf eigenlijk ook heel veel zin om het te lezen. Met een week in een strandhuisje in het verschiet nam ik het mee. Een vriendschap van de Italiaanse schrijfster Silvia Avellone is een heerlijk boek om in één ruk uit te lezen, een ware pageturner.

Beatrice keek me woedend aan: ‘Wij zijn geen vriendinnen meer.’ Ik stond perplex. ‘Kies maar: of we gaan die brief op zijn bankje leggen of ik zweer je dat ik nooit meer tegen je praat, dan ga ik weer op mijn oude plek zitten en dan word jij weer het pispaaltje.’ Daar was ze dan, de bitch.

Een vriendschap gaat over twee meisjes die elkaar leren kennen als ze veertien zijn, in een stadje aan de kust van Toscane. Nadat ze samen een spijkerbroek hebben gestolen, ontstaat er een vriendschap die onverbreekbaar blijkt. Maar niets is minder waar. De een verliest zich in boeken en gedichten terwijl de ander het internet ontdekt en er van droomt influencer te worden (nog voordat het woord bestond overigens). En dit leidt meerdere keren tot enorme fricties.

Ze verstopte haar kilo’s onder wijde vesten en spijkerbroeken, ze droeg alleen sneakers. Er zouden ik weet niet hoeveel mensen zijn die het maar wat leuk zouden vinden om haar in die toestand te zien, maar in tegenstelling tot beelden kennen woorden medelijden en gêne.

Het is leuk om te lezen hoe zeer Avallone de schrijfster Elsa Morante bewondert. (Lees mijn blog over Het eiland van Arturo elders op de site.)

‘Lees allemaal Het eiland van Arturo,’ zeg ik altijd tegen mijn leerlingen. ‘Naarmate de toekomst vordert wordt er alleen maar steeds meer weggenomen; er komt niets bij, alleen maar nostalgie.’

Een vriendschap is een zalig boek! Na dit boek dacht ik nog meer van Avallone te gaan lezen en begon met Staal. Dat boek is tien jaar oud en heeft destijds meerdere prijzen gewonnen. Maar na een paar hoofdstukken vond ik het zo op Een vriendschap lijken, dat ik het heb weggelegd. Wat natuurlijk niets over de kwaliteit van Staal zegt…

Fragment

Het is ongelooflijk, nu ik eraan terugdenk, hoe die twee elkaar meteen vonden.
Nu nog krijgt mijn vader er nooit genoeg van om het internet op te gaan om de successen van Beatrice te volgen. En dat snap ik wel: hij is er medeplichtig aan. Maar hij begint ook iedere keer weer over haar als ik hem bel, en dat ergert me. We wonen ver van elkaar, we hebben allerlei belangrijke kwesties te bespreken aan de telefoon – zijn gezondheid bijvoorbeeld – maar hij komt altijd weer bij haar uit, bij Beatrice. Dat ze gisteren in Tokyo was, vandaag in Londen. Dan verlies ik mijn geduld, we krijgen ruzie, ik moet hem erop wijzen dat dit kutreisjes van haar me geen zak interesseren, dat we geen vriendinnen meer zijn, ik verwijt hem dat hij vroeger een en al lezingen, kritieken en verdieping was, terwijl hij nu helemaal wordt verblind door glamour. Maar goed, laat ik rustig blijven en verder vertellen over die dag.
Toen ik de deur opendeed en mijn vader met de boodschappentassen in zijn handen naar binnen keek, zag hij Bea met haar haren door de war, haar rok achterstevoren, twee meter been gehuld in dunne netkousen, en misschien was hij erdoor geschokt, of misschien verrast. Hartelijk loog hij tegen haar: ‘Elisa heeft me veel over je verteld, welkom.’
‘Hallo,’ antwoordde ze hem koket, ‘weet u dat ik zeer geïnteresseerd ben in computers? Zou u me een cursus willen geven?’
‘Wanneer je maar wil!’ Mijn vader hield triomfantelijk de tassen omhoog. ‘En hier is de proviand, meisjes!’
Ik denk dat het een kwestie van instinct was: daar is Bea altijd rijkelijk van voorzien geweest, en mijn vader ook. Zij leefden in de toekomst, ze waren niet bang voor verandering. Terwijl ik, met mijn gedichtenbundels en mijn dagboek met slotje, me op mijn veertiende al had verstopt. Achter woorden, achter papier. Ik bleef achter, bevreesd en argwanend, door een spleet naar hen glurend. Dat was mijn lot.

Andere boeken van Silvia Avallone
Titel: Een vriendschap
Schrijver: Silvia Avallone
Uitgever: De Bezige Bij

Jij mag alles zijn – Griet Op de Beeck

Volgens Lily

Naast volwassenenliteratuur schrijft Griet Op de Beeck ook boeken voor jeugd. Jij mag alles zeggen is het boek dat ze schreef toen ze last had van een writers block. Het gaat over Lexi, die 9 jaar oud is en ooit een broertje had. Alleen leeft haar broertje niet meer en daar is haar moeder letterlijk ziek van geworden.

‘Ik kan me Amos niet herinneren,’ zegt Lexi, ‘zelfs niet als ik het heel hard probeer.’

Het is ontroerend om te lezen wat Lexi allemaal verzint om haar moeder weer aan het lachen te krijgen. Want dat deed ze vroeger, dat heeft ze gezien op foto’s. En wat ze allemaal doet gaat heel ver. Het bijzondere is dat je het hele verhaal in het hoofd van Lexi zit. Hoe zij de wereld ziet is mooi beschreven. In korte zinnen, goed te begrijpen.

Lexy weet niet wat ze moet zeggen. Ze durft niet te bewegen. Ze kijkt mama met grote ogen aan. Maar die staat daar maar te staan, schokkend, huilend. Dit zijn geen blije tranen, die zien er anders uit. Lexi haalt haar handen uit haar zakken. Ze weet zich geen houding te geven. Ze voelt zich kabouterklein nu. Ze heeft het weer verpest. Zij doet het nooit eens goed. Niet voor mama.

Lexi doet er alles aan om het haar ouders naar de zin te maken. Soms hartverscheurend om te lezen. Het boek is geïllustreerd met tekeningen van Linde Faas wat het een prachtige uitgave maakt.

Tante Arizona heeft niet alleen cornflakes gekocht, maar ook hummus. Speciaal voor Lexi, want zelf lust ze dat niet. Dat is lief van haar. Nu durft Lexi niks anders meer op haar toast te smeren. Terwijl ze eigenlijk vooral van afwisseling houdt.

Lees dit boek van een kind dat nog niet bedorven is door de wereld van volwassenen. Puur en mooi. Een aanrader!

Fragment

Lexi hoort de deur dichtslaan. Daar is papa. Ze zet het vuur onder het water voor de spaghetti op de hoogste stand. Papa komt binnen.
‘Wat gebeurt er hier allemaal?’
‘Ik maak pasta voor mama. En voor jou, natuurlijk.’
‘Echt waar? Kan jij dat?’
Lexi knikt. Ze is ook wel een beetje trots.
‘Ongelooflijk. Wat een voorbeeldige dochter hebben wij toch,’ zegt papa. Hij geeft haar een aai over haar haar en kijk in de pot. ‘Ruikt lekker zeg. Als het even lekker smaakt, mag jij vanaf nu elke dag koken.’
Heel even krijgt Lexi het benauwd, maar dan ziet ze dat papa grijnst. Hij maakt een grapje.
‘Is mama weer boven gebleven?’
Als papa die vraagt stelt, hoort ze altijd iets in zijn stem. Een toon, waarvan Lexi wou dat ze wist wat die precies betekende. Maar positief is het zeker niet. Misschien moet ze hem het rode boek eerst laten lezen, als mama toch bezig is met andere dingen.
‘Alleen maar na de middag,’ zegt Lexi zachtjes. ‘Ze heeft ook in de fauteuil gezeten, en ze is in de tuin geweest. Lexi probeert het zo vrolijk mogelijk te laten klinken.

Griet Op de Beeck
Titel: Jij mag alles zijn
Schrijver: Griet Op de Beeck
Uitgever: Prometeus

Ik ben een eiland – Tamsin Calidas

Volgens Lily

De in de Londonse wijk Notting Hill wonende Tamsin Calidas (pseudoniem) besluit om samen met haar man Rab te verhuizen naar een klein eiland in de Schotse Hebriden, op zoek naar rust en natuur. Over hoe dat is afgelopen schrijft ze Ik ben een eiland. Want het is niet allemaal halleluja op dat eiland (Isle of Lismore).

Soms kan een bestaan strak zitten zoals een trui waar je al lang uit bent gegroeid, die je hindert in je bewegingen, waardoor je je uit wilt rekken en van het ding af wil.

Het huis op het stuk land dat ze kopen (croft) is koud en lek, de bewoners van het eiland zitten niet op ze te wachten, hun kinderwens wordt niet vervuld, Rab gaat vreemd en verdwijnt uiteindelijk ook van het eiland. Dan is Tamsin alleen, een een vrouw alleen op het eiland is al helemaal ingewikkeld. Als ook haar beste vriendin nog eens komt te overlijden, is voor Tamsin de bodem van wat ze kan verdragen bereikt. Toch blijft ze en bouwt langzaamaan toch weer een bestaan op.
Bij het lezen vraag je je wel af: wat betekent het om ergens helemaal niet bij te horen? Dat je eigenlijk niemand kunt vertrouwen. Voor Calidas is de pure natuur uiteindelijk hetgeen dat in al haar behoeftes voorziet.

Ik ben hier niet gekomen om te zwemmen. lk ben naar de zee gekomen om vast te worden gehouden.

Belangrijk daarbij is het zwemmen in de zee (in de winter letterlijk ijskoud). Als ze op haar dieptepunt zit merkt Calidas dat dit haar goed doet, vanaf dat moment neemt ze iedere dag een duik. Het maakt haar sterker. In een interview zegt Calidas over de titel van haar boek: Het echte verwerken (dealen met de werkelijkheid), moet je uiteindelijk toch alleen doen = een eiland. In het voorjaar van 2023 verschijnt het vervolg op Ik ben een eiland.

Fragment

Ik ga voedsel zoeken wanneer er niets meer in de koelkast ligt en er geen geld is om hem te vullen. Ik heb amper lang achter elkaar door kunnen werken, toen ik eigenlijk voluit door had moeten werken, mijn schaarse middelen zijn op, en de betalingsherinneringen blijven maar binnenkomen. Er zijn te veel valse starts en gedwongen stops geweest door constante pijn en complicaties met mijn handen, en mijn situatie wordt nog hachelijker wanneer mijn longen weer ziek worden en mijn lichaam het weer opgeeft.
‘Als het zo zwaar is, waarom pak je je boeltje dan niet bij elkaar en ga je ervandoor?’ vraagt een buurman.
Op dit dieptepunt in mijn leven zou ik wel willen dat dat kon. Maar wanneer een huwelijk kapotgaat, is er vaak een langere periode waarin je de financiële lasten die je daarvoor samen droeg, niet gelijk kunt verdelen. Ik ben, kortom, blut. Het is overweldigend om financieel zo diep te zinken. De gedachte aan een verhuizing kan ik niet aan. Bestaan is al moeilijk genoeg, laat staan dat ik ook nog zo’n grote beslissing zou moeten nemen en uitvoeren. Ik zou wel willen dat ik me sterker voel met genoeg geestelijke veerkracht om dat soort ondernemingen aan te kunnen.

Camsin Talidas
Titel: Ik ben een eiland
Schrijver: Camsin Talidas
Uitgeverij: Pluim

Brieven aan Camondo – Edmund de Waal

Volgens Lily

In Brieven aan Camondo richt de schrijver zich in briefvorm aan Moïse de Camondo, stichter van het Parijse Nissim de Camondomuseum, gelegen in de Rue de Monceau in Parijs. De familie van Edmund de Waal (een Brit met Nederlandse grootvader), de Ephrussi’s woonden tien huizen verderop. Over deze familie schreef De Waal al eerder een boek: De haas met ogen van barnsteen.

Niet dat ik er niet van houd om schoon te zijn, maar ik heb iets met stof. Stof komt ergens vandaan. Het laat zien dat er iets is gebeurd, laat zien wat er in de wereld is verstoord of veranderd. Stof is een indicatie van tijd.

In Brieven aan Camondo dwaalt Edmund de Waal (schrijver en pottenbakker) rond in het huis (nu museum) en beschrijft zorgvuldig de collectie klokken, beelden, wandtapijten, vazen en schilderijen. Moïse de Camondo, telg uit een Joodse bankiersfamilie uit Constantinopel, trouwt in 1891 met Irène Cahen d’Anvers, die als achtjarig meisje werd geportretteerd door Renoir op zijn inmiddels vermaarde schilderij La Petite Fille au ruban bleu. Hoe geweldig moet het geweest zijn dat je in die tijd direct van de schildersezel af kon kopen.

Moïse Camondo was een tijdgenoot van o.a. Proust, Chardin, de gebroeders Goncourt, maar ook van antisemitisme en van de Dreyfus-affaire. Waardoor het boek een fraai inkijkje geeft in de geschiedenis.

Ik denk aan de foto van Bertrand die zijn hond vasthoudt en kust. We worden toeschouwers van wat afwezig is, vreemden die niet in het huis horen.

Dat het uiteindelijk slecht afloop met de familie De Camondo voel je aankomen. Camondo’s liefde voor Frankrijk was niet genoeg om de antisemieten tegen te houden. De schrijfstijl van De Waal gaat hier mooi in mee: het wordt steeds minder lieflijk. Zoon Nissim overlijdt en later worden dochter Béatrice en haar man en kinderen naar Auschwitz gedeporteerd. Brieven aan Camondo is niet een makkelijk leesbaar boek maar heeft genoeg in zich om toch te gaan lezen. Het lezen van De haas met ogen van barnsteen hieraan voorafgaand, is wel een goeie tip.

Fragment

Of misschien niet, Monsieur.
Het spijt me dat ik meteen bij u terugkom, vooral na zo’n roerend einde, maar ik kon vannacht niet slapen omdat ik aldoor moest denken aan geschenken en het schenken van geschenken; wie geeft en wie ontvangt.
Nissim gaf zijn leven voor Frankrijk en Frankrijk schonk hem emancipatie, gelijkheid voor de Joden, een soort welkomstgroet en verdraagzaamheid, een plek om te wonen, een heuvel met vrienden en neven, gesprekken tussen gelijken.
Ik heb het exemplaar dat mijn grootmoeder Elisabeth bezat van Théodore Reinachs
Histoire des Israélites depuis l’époque de leur dispersion jusqu’à nos jours. Het eindigt heel enthousiast met de regels dat ‘het Jodendom zijn eeuwenoude ketens heeft kunnen afschudden dankzij de Revolutie (…) we mogen stellen dat elke Jood met een goed geheugen en een hart tegenwoordig een tweede vaderland heeft, zijn bij monde overgebrachte vaderland, het Frankrijk van 1791’, het ogenblik waarop de Joden volwaardige burgers werden.
En u schonk Frankrijk daarvoor het meest volmaakte huis, een huis gevuld met kunst uit de meeste volmaakte periode van de Franse cultuur, een weerspiegeling van Frankrijk. Het geschenk verbindt de mens met de plaats, de natie, de familie.

Museum Nissim de Camondo (Parijs)
Titel: Brieven aan Camondo
Schrijver: Edmund de Waal
Uitgever: De bezige bij