Het is oorlog maar niemand die het ziet – Huib Modderkolk

image (93)

Volgens Lily

‘Wie vroeger de wereld wilde begrijpen, las de Bijbel. Wie de wereld nu wil begrijpen, leest dit boek.’ Deze quote van Arjan Lubach staat op de achterflap van Het is oorlog maar niemand die het ziet van Huib Modderkolk. En ik was wel aan enige bijspijkering toe moet ik concluderen na het lezen van dit boek. Want man man, wat gebeurt er veel in de digitale wereld waar we geen weet van hebben. Huib Modderkolk is onderzoeksjournalist, gespecialiseerd in inlichtingendiensten, privacy en die digitale wereld. Zijn jarenlange research resulteerde in dit boek. In aanloop naar de publicatie spande de AIVD in juli 2019 een kort geding aan tegen Modderkolk om te voorkomen dat informatie over een inlichtingenoperatie openbaar zou worden. Nadat de rechter de AIVD in het gelijk had gesteld, paste Modderkolk enkele details uit het boek aan. Toch wilde Ank Bijleveld het eerste exemplaar niet in ontvangst nemen. De inhoud van Het is oorlog maar niemand die het ziet blijkt toch gevoelig te liggen.

Technology is cool, but you’ve got to use it as opposed to letting it use you

(Technologie is cool, maar jíj moet het gebruiken, in plaats van dat het jou gebruikt)

Het boek geeft diverse cases weer waarin het gevaar van bijvoorbeeld hackers wordt weergegeven. Van DigiNotar in Beverwijk die wordt gehackt door een enkele Iraniër tot de jeugdige hacker Edwin Robbe uit Barendrecht die op zijn zolderkamer KPN in grote verlegenheid brengt en zorgt voor miljoenen schade voor dit bedrijf. Maar ook de invloed van de Amerikanen en de Russen en niet te vergeten de Chinezen die een poging doen om binnen te dringen bij de Nederlandse chipfabrikant ASML. De AIVD weet dat het gaat om honderden organisaties die het doelwit zijn, maar waarschijnlijk is dat pas het topje van de ijsberg. Verder komen klokkenluiders als Edward Snowden en Julian Assange voorbij. Zij lieten ons weten hoe ver inlichtingendiensten gaan, maar kunnen zich niet meer vertonen. De belangen zijn enorm.

Confronterend is te lezen dat internet zich niet aan landsgrenzen houdt, maar de politie dat wel moet doen. Opsporingsdiensten mogen niet in buitenlandse datacentra gaan neuzen bijvoorbeeld. Hoe moet dit probleem dan ooit opgelost worden denk je dan. Want sommige landen maken de dienst uit. En hoever reiken dan de tentakels van de Nederlandse AIVD?

Maar kan het ons wat schelen hoe het werkelijk werkt?

Bovenstaande vraag is natuurlijk belangrijk. Want hoe makkelijk gaan wij als gebruikers van internet om met onze eigen privacy. We delen maar wat graag onze privé foto’s en bezochte plekken met Facebook, Instagram of Twitter. Dat deze gegevens worden gebruikt voor o.a. marketingdoeleinden mag duidelijk zijn. In het begin van het internettijdperk was de gebruiker aan de macht, inmiddels zijn dit de aanbieders zoals Google, zij sturen het internetverkeer.

Kortom: na het lezen van dit boek bekijk je internet toch met andere ogen: is het een monster geworden ondanks dat het onze wereld zoveel heeft verbreed? Ik zou zeggen: ga het lezen en trek je eigen conclusie!

Fragment

De Griekse casus is  berucht. Ten tijde van de Olympische Spelen in 2004 bleken honderd Griekse politici te zijn afgeluisterd, inclusief de Griekse premier. Het afsluisteren was mogelijk doordat legale tapsoftware bij Vodafone Griekenland onzichtbaar was gemanipuleerd. De manipulatie kwam aan het licht na een update van de tapsoftware, waarna sms-berichten niet goed aankwamen. Vodafone deed onderzoek, ontdekte de infiltratie en verwijderde onmiddellijk alle sporen. De Griekse opsporingsdiensten konden daardoor geen onderzoek meer doen naar de daders.
Kort daarop pleegde een netwerkmanager van Vodafone zelfmoord. Volgens Griekse onderzoekers hield dat direct verband met het afsluisterschandaal. De man zou onder hoge druk hebben gestaan om het afluisteren te verzwijgen. Het ‘Griekse Watergate’, zo bleek later, was het werk van de Amerikaanse NSA. Vodafone kreeg van de Griekse privacywaakhond een boete van 76 miljoen euro vanwege nalatigheid in het beschermen van klantgegevens en het frustreren van het onderzoek.

image (94)

Titel: Het is oorlog maar niemand die het ziet
Schrijver: Huib Modderkolk
Uitgever: Podium
isbn: 9789057599804

De offers – Kees van Beijnum

image (91)

Volgens Lily

Na het Neurenberg Tribunaal was het Tokyo Tribunaal de tweede keer dat een groot internationaal tribunaal recht sprak. Namens Nederland werd Bert Röhling (in het boek Rem Brink), gestuurd om deel nemen aan deze trial. Kees van Beijnum werd jaren geleden gevraagd het scenario te schrijven voor een film die over deze Tokyo Trail gemaakt zou worden. Hij kreeg hiervoor inzage in persoonlijke documenten van rechter Bert Röhling, hem ter beschikking gesteld door diens zoon Hans Röling. Ergens moet Van Beijnum gedacht hebben dat dit goed materiaal voor een boek was en begon aan De offers. Een fictief verhaal gebaseerd op een waar gebeurde geschiedenis. Hij vertelde Röhling hier niets over, die kwam erachter toen De offers in drukproef klaar was. Woest was Röhling. In de eerste plaats had hij de documenten van zijn vader niet ter beschikking gesteld voor een boek maar voor een film, en in de tweede plaats had hij zelf bijna een boek klaar over zijn vader en moeder waarin Tokyo een hoofdrol speelde. Van Beijnum vertelde in eerste instantie dat hij niets van de betreffende documenten had gebruikt, maar wijzigde toch enkele passages in zijn boek. Het boek van Hans Röhling ‘De rechter die geen ontzag had’ verscheen één dag voor De offers.

De offers gaat dus over rechter Rem Brink die in 1946 namens Nederland naar Tokyo gestuurd wordt om te oordelen over 28 Japanners. Ondanks dat hij getrouwd is begint hij een affaire met de Japanse Michenko. Uit deze relatie wordt een zoon geboren. Naast deze verhaallijn speelt ook het verhaal van de Japanse soldaat Hideki, een neef van Michenko. Hideki is zwaar teleurgesteld in het leven.

Wat is een Amerikaan? Wat is een Japanner? Wat is een volk anders dan het idee dat je ervan hebt?

Ondanks dat het verhaal een onderbelicht deel van de geschiedenis vertelt, en er vreselijke dingen gebeuren, raakt het boek me niet echt. Het blijven personages die je alleen van de buitenkant kent. De Volkskrant schreef het al: “De offers is een pijnlijke aangelegenheid: als het iets laat zien dan is het de krachteloosheid van fictie tegenover de werkelijkheid. En dat is precies de bedoeling.”
De film die gemaakt werd door Pieter Verhoeff (met het scenario o.a. van Kees van Beijnum) is niet zeer enthousiast ontvangen. Netflix zend inmiddels een serie uit over de Tokyo Trials.

Het moet veilig en gerieflijk zijn om aan de kant te staan vanwaar het oordeel over de zonde wordt geveld.

Fragment

‘Meneer Tojo, ‘ zegt Keenan, ‘ik wijs u erop dat ú hier terechtstaat. Uw daden, daar gaat het om, waar u de verantwoordelijkheid niet voor neemt. 
‘Dan heeft u mij verkeerd begrepen. Ik neem alle verantwoordelijkheden voor het regeringsbeleid, voor alle beslissingen die onder mijn leiding genomen zijn. Het beginnen van de oorlog is daar één van.  U kent mijn standpunt: de oorlog was zelfverdediging; ik beschouw hem als noodzakelijk, rechtvaardig en rechtmatig.
‘En heeft u spijt van wat er gebeurd is?’ wil Keenan weten.
‘Ik betreur alle leed,’ antwoordt Tojo, ‘maar kan geen spijt hebben van dingen die buiten mijn medeweten en tegen mijn wens in hebben plaatsgevonden. Mijn enige spijt betreft Japan en het Japanse volk.’ Hij zet z’n bril af en wrijft in zijn ogen. ‘Omdat wij de oorlog hebben verloren.’
Zodra Webb de zitting verdaagt, wordt Keenan omsingeld door journalisten. Hij posteert zich in het licht van de camera’s. Brink blijft nog even bij de deur achter de rechterstafel staan luisteren. Hij weet dat Keenan gebrand is op een doodvonnis van Tojo, het liefst van zo veel mogelijk verdachten, wat zijn reputatie als ijzervreter ten goede zal komen in de Verenigde Staten. Waar de algemene opvatting is: give them a fair trail and hang them.

image (92)

Tokyo Trial

Titel: De offers
Schrijver: Kees van Beijnum
Uitgever: De bezige bij
isbn: 9789023487586

Ik moest alleen komen – Souad Mekhennet

image (82).png

Volgens Lily

De Leeskring Moerkapelle kwam met dit boek. In eerste instantie had ik zoiets van, niet echt mijn genre. Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik enorm genoten heb van Ik moest alleen komen van Souad Mekhennet. Hoewel genoten dan ook weer niet het juiste woord is. Mekhennet is een Duitse journaliste (van Marokkaanse komaf) die jarenlang door het Midden-Oosten en Noord-Afrika reist om te ontdekken wat zich afspeelt in de hoofden van jihadisten en waarom ze over gaan tot geweld. Mekhennet komt in de meest heftige situaties terecht, maar weet zich te redden en schrijft stukken over wat ze meemaakt zodat de rest van de wereld kan lezen wat zich allemaal afspeelt in de gebieden die hermetisch gesloten lijken.

Terwijl de auto het terrein van het zwaar beveiligde gebouw van de veiligheidsdienst aan de rand van Caïro opreed, stuurde ik een laatste sms’je naar mijn zus Hannan: ‘Niets tegen pap en mam zeggen, de tv uitzetten en de nummers bellen die ik je heb gegeven. Ik hou van jullie.’

Zo komt ze erachter wie de beruchte IS-beul Jihadi John is, en laat ze zien waarom de Arabische Lente de verwachtingen niet heeft kunnen waarmaken.
Ook persoonlijk wordt ze bijna getroffen door de opkomst van de radicale islam. Maar zelf blijft ze haar best doen om een brug te slaan tussen de islamitische en westerse wereld, die elkaar vaak verkeerd begrijpen. Zeer aangrijpend, zeker een aanrader!

Fragment

De commandant zei dat hij over een arsenaal aan explosieven, raketten en zelfs luchtafweergeschut beschikte. Fakhr en ik werden naar de poort begeleid waar we doorheen waren gekomen. Een groep strijders, onder wie een handvol die bij het interview aanwezig waren geweest, stond ervoor. Ik hoorde kinderstemmen.
Vier jongens met plastic pistolen renden op de mannen af. Ze zullen een jaar of vijf, zes zijn geweest. De man die tijdens de beide ontmoetingen had genotuleerd tilde een van de jongens op.
‘Hoe ging het?’ vroeg hij.
‘We waren in het kamp, baba, en ze lieten me een echt geweer zien,’ antwoordde het jongetje. ‘En toen speelde ik jihad en vermoordde de kafirs, ‘ voegde hij eraan toe. ‘Kafir’ is Arabisch voor ‘ongelovigen’.
De man begon te lachen. ‘Je vermoordde de kafirs?’
‘Ja, baba, met mijn pistool.’
De man kuste hem op zijn voorhoofd. ‘Ik ben heel trots op je, jongen.’
Het was alsof ik met een mes werd gestoken. In Fakhrs auto zette ik mijn zonnebril op. De hele weg terug naar Beiroet zei ik nauwelijks iets. Met Zarqawi is er geen einde aan gekomen, zei ik later tegen Michael, en het eindigt ook niet met Abssi.
Nadat Michael en ik mijn aantekeningen hadden doorgenomen en het interview hadden uitgewerkt, ging ik naar mijn kamer. Ik trok mijn kleren uit en nam een douche om het stof van me af te spoelen. Maar toen ik terugdacht aan wat ik het jongetje tegen zijn vader had horen zeggen, brak ik en begon te huilen.

Titel: Ik moest alleen komen
Schrijver: Souad Mekhennet
Uitgever: Nieuw Amsterdam
isbn: 9789046822630

 

De meeste mensen deugen – Rutger Bregman

image (81).png

Volgens Lily

In De meeste mensen deugen probeert Rutger Bregman ingesleten opinies te weerleggen. Want zegt hij, mensen zijn van nature helemaal niet slecht. Ze worden alleen soms aangezet om slechte dingen te doen. Wist je bijvoorbeeld dat slechts 15% van de soldaten echt schiet tijdens een oorlog? Veel psychologische onderzoeken die heden ten dage nog als waar worden aangenomen, haalt Bregman onderuit. De Schokmachine van Stanley Milgram bijvoorbeeld heeft volgens Bregman een andere uitkomst dan wat de aankomende psychologen op de universiteit op dit moment leren. Evenals het Stanford Prison Experiment van Philip Zimbardo. Bregman laat er niets van heel.

If you make a film about a man kidnapping a woman and chaining her to a radiotor for five years – something that has happened probably once in history – it’s called searingly realistic analysis of society.
If I make a film like Love Actually, which is about people falling in love in Britain today, it’s called a sentimental presentation of an unrealistic world. – richard curtis (1956) –

Met uitstapjes naar de geschiedenis, de biologie en de economie houdt Bregman ons voor dat het helemaal nog niet zo slecht gesteld is met het soort: de mens. We zouden alleen wat liever tegen elkaar moeten zijn.
Een heerlijk boek waar je blij van wordt! Zeker een aanrader!

Fragment

Het boek eindigt met Tien Leefregels volgens Rutger Bregman.

Regel 1: Bij twijfel, ga uit van het goede
Regel 2: Denk in win-winscenario’s
Regel 3: Verbeter de wereld, stel een vraag
Regel 4: Temper je emphatie, train je compassie
Regel 5: Probeer de ander te begrijpen, ook als je geen begrip hebt
Regel 6: Heb je naaste lief, gelijk ook anderen hun naasten lief hebben
Regel 7: Vermijd het nieuws
Regel 8: Sla een nazi (of: steek een hand uit naar je grootste vijand)
Regel 9: Kom uit de kast, schaam je niet voor het goede

Regel 10: Wees realistisch
Tot slot mijn belangrijkste leefregel. Als ik met dit boek íéts heb willen doen, dan is het de betekenis van het woord ‘realisme’ veranderen. Is het niet veelzeggend dat in ons taalgebruik ‘de realist’ synoniem is geworden voor een cynicus? Voor iemand met een somber mensbeeld? In werkelijkheid is juist de cynicus wereldvreemd. In werkelijkheid leven we op Planeet A, waar mensen ten diepste geneigd zijn tot het goede.
Wees realistisch. Kom uit de kast. Geef toe aan je natuur en schenk je vertrouwen. Schaam je niet voor je generositeit en doe het goede in het volle daglicht. Misschien zul je eerst nog worden weggezet als onnozel en naïef. Maar bedenk: de naïviteit van vandaag kan de nuchterheid van morgen zijn.
Het is tijd voor een nieuw mensbeeld. Het is tijd voor een nieuw realisme.

Titel: De meeste mensen deugen
Schrijver: Rutger Bregman
Uitgever: de Correspondent
isbn: 9789082942187

De stamhouder – Alexander Münninghoff

image (76).png

Volgens Lily

Nadat zijn vader en moeder, opa en oma zijn overleden, én hij zelf met pensioen is, durft Alexander Münninghoff het aan om het verhaal van zijn familie op te schrijven. Zo ontstaat De stamhouder, een familiekroniek. Een prachtig boek over een familie die vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vanuit Letland vlucht naar Nederland (waar grootvader oorspronkelijk vandaan komt). In Den Haag aangekomen ontpopt zich een verhaal waarvan je als je het zou verzinnen, zou zeggen: dit is too much. Maar het is echt allemaal gebeurd. De vader van Alexander sluit zich in de oorlog aan bij de Waffen SS en vecht uit idealisme tegen de Sovjets. Zijn moeder wordt door grootvader in Duitsland achtergelaten zonder zoon. En Alexander zelf is jarenlang, als stamhouder van de familie, een speelbal. En dat is nog maar slechts een klein deel van het hele verhaal.

Daar in de bossen van de Brabantse Kempen, was ik in rap tempo tot een personage in een fotolijstje vervaagd, slechts kortstondig tot leven gewekt tijdens de verplichte bezoeken met Kerstmis en Pasen.

Alexander Münninghoff was jarenlang journalist. Van 1974 tot 2007 werkte hij voor de Haagsche Courant. Münninghoff heeft veel artikelen en boeken over de schaaksport geschreven. Als journalist was hij tussen 1986 en 1991 correspondent in Moskou voor de Haagsche Courant.  Münninghoff treedt nog vaak als reisleider op bij reizen naar de Baltische Staten of Rusland. Ook het leven van Münninghoff zelf gaat niet over rozen. Maar zoals hij zelf zegt: zonder zijn vrouw Ellen zou hij het allemaal niet hebben gered.
De stamhouder was in 2015 genomineerd voor de NS Publieksprijs. Dat betekent dat het boek bij de 6 best verkochte boeken van dat jaar hoorde. Winnaar werd Joris Luyendijk met Dit kan niet waar zijn. De stamhouder won wel de Libris Geschiedenis Prijs in 2015.
Dit boek leest als een trein, bijna een roman, maar dan op waarheid gebaseerd. Wat een aanrader!

image (77)
Fragment

Mijn moeder kreunt; ze heeft inmiddels Tamara in haar armen genomen om haar zenuwen te kunnen bedwingen. Guus probeert haar te kalmeren, maar dat lukt maar half. Er is immers in haar perceptie één groot risico aan deze onderneming: dat de Oude Heer toch lucht van deze tocht heeft gekregen en op een of andere manier via relaties aan de Nederlandse grensbewaking de opdracht heeft laten doorgeven dat dit gezelschap moet worden tegengehouden. Ze kent hem en zijn drammerigheid, en ze is inmiddels echt bang voor hem. Daarom moest het ook allemaal in één dag gebeuren, en wel vlak voor mijn verjaardag. Niemand zou verwachten dat ze uitgerekend dan Nederland zou verlaten, er waren immers afspraken voor de viering gemaakt.
Uit een grenskantoortje komt een man in uniform. Hij is beleefd en vriendelijk, en vraagt met een grappig Limburgs accent naar de papieren. Die zijn in orde, zeg hij even later. En, waar gaat de reis naartoe? ‘Naar Palenberg, daar woont mijn moeder,’ zegt Wera. Het is voor het eerst dat ik iets verneem over het doel van deze reis. Het zegt me eigenlijk niets en mijn stemming wordt er niet beter op. Over een paar uur ben ik jarig. Zeven jaar. In een stad waar ik nog nooit van gehoord heb en bij een mevrouw die ik niet ken en die mijn grootmoeder schijnt te zijn.

image (78)

Alexander Münninghoff

Titel: De stamhouder
Schrijver: Alexander Münninghoff
Uitgeverij: Prometheus, Bert Bakker
isbn: 9789035142268

De muur – John Lanchester

image (73).png

Volgens Lily

De muur is zo’n boek waar je aan begint en waar je je al vrij snel van afvraagt waar het nou eigenlijk over gaat. Maar dat je niet weg kunt leggen. Ik las het dan ook in één ruk uit. Een verhaal over een muur om Engeland, om het land te beschermen tegen de zee maar vooral tegen de Anderen. We volgen Joseph Kavanagh die net als alle jongeren twee jaar dienstplicht moet vervullen op De Muur. De enige manier om eraf te komen is om papa te worden van een kind. Fokken staat hoog op de ranglijst namelijk. Omdat er zo veel mensen nodig zijn op de muur moet men zich voortplanten, zodat er genoeg mensen zijn om de muur van het nodige personeel te voorzien.
Wanneer je het leest bekruipt het idee je dat je een toekomstroman zit te lezen. Een situatie die gecreëerd is na Brexit of na de immigratiegolf ofzo. John Lanchester schreef een boek waarin hij zich voortdurend een wereld probeerde in te denken waarin de trends die we nu waarnemen zijn doorgetrokken. Het is de toekomst als het geëxtrapoleerde heden.

Ik werd overspoeld door opluchting. Opluchting is misschien wel de puurste vorm van geluk die er bestaat.

Wist je dat er op dit moment wereldwijd 77 muren staan met een totale lengte van 10.000 kilomter, waarvan 15 in Europa? En de meeste zijn de laatste 20 jaar gebouwd. Dat is schrikken…

De dood was zo dichtbij geweest dat ik mijn handen slechts had hoeven uitstrekken om de zoom van zijn jas aan te raken.

Lanchester in een interview: ‘de wereld is altijd bezig een andere plek te worden, er komt een dag dat je uit het raam kijkt en je de wereld om je heen niet meer herkent. En het kan alle kanten op gaan.’ ‘Wat nieuw lijkt in Europa is het gevoel dat we aan de verliezende hand zijn – vroeger leefden we in voorspoed, nu raken we achterop.’

Fragment

Op de muur is elke dag hetzelfde. Althans in grote lijnen zoals de indeling van de vierentwintig uur die een dag telt, jouw taken, waar je naartoe gaat, wat je doet en met wie je het doet. Daarbinnen zijn allerlei variaties mogelijk, maar de opbouw is altijd hetzelfde. Dat is ook zoals jij het graag wilt, want op de muur is elk nieuws slecht nieuws. Ze zullen nooit zeggen: je gelooft het vast niet, maar de Anderen komen niet meer hiernaartoe en je mag de muur meteen verlaten. Je gelooft het vast niet, maar jouw gezicht staat ons aan en daarom hoef je niet twee jaar op de muur te staan, je mag morgen al vertrekken – wacht even, waarom ook niet, je mag nu meteen vertrekken! Ingerukt! Wacht, je bent je koekjes vergeten!
Dat gaat niet gebeuren. Het enige wat er gebeurt zijn slechte dingen. Dus wil je dat er niets gebeurt. Maar het zit gecompliceerder in elkaar. Ergens in de duistere kronkels van je brein zit een duiveltje dat zegt: maar zou het niet interessant zijn als er wel iets zou gebeuren – dat ze komen, dat je voor je leven moet vechten, dat je datgene moet doen waar je bang voor bent en waar je voor traint, waar je nachtmerries van krijgt, maar waar je ook wel een klein beetje nieuwsgierig naar bent, en dat je moet doden of anders zelf gedood wordt? Zou dat niet beter zijn, zou het niet beter zijn iets anders te voelen dan kou en honger en verveling en vermoeidheid? 

image (75)

John Lanchester

Titel: De muur
Schrijver: John Lanchester
Uitgever: Promoteus
isbn: 9789044640472

Noodweer – Marijke Schermer

image (70).png

Volgens Lily

In Noodweer zijn Emilia en Bruch gelukkig getrouwd, maar toch is er een gebeurtenis uit haar verleden dat Emilia verzwijgt. Is dit erg? Moet je altijd alles vertellen in een relatie? Of kun je sommige zaken beter onbesproken laten. Emilia maakt de keus om het verleden het verleden te laten en gaat door met leven. Marijke Schermer schrijft met Noodweer een prachtig, klein, intiem verhaal over wat een leugen met een huwelijk doet. Als versterker van het verhaal speelt het stijgende water buiten hun buitendijkse huisje. Ze worden steeds verder ingesloten door het wassende water.

Een gezin is een mal om je geluk in te gieten, om er een concrete vorm aan te geven. Het is een manier om je te verzoenen met de alledaagsheid van de dingen. Een gevangenis waarin je je veilig op kunt sluiten.

De meeste hoofdstukken gaan over de tegenwoordige tijd. Slechts enkele gaan terug naar het verleden en laten je zo langzaamaan zien wat er is gebeurd. Schermer heeft dit knap gedaan. De theorie van Quetelet over ‘De gemiddelde mens’ komt ook nog aan de orde, schitterend verwerkt in het verhaal.

Was een geluk dat gebaseerd was op het uitschakelen van crusiale aspecten van jezelf wel geluk?

Schermer heeft weinig bladzijden nodig heeft om een ethisch probleem aan te kaarten (slechts 159 bladzijden). Dat betekent dat de schrijfster dingen weglaat die de lezer – mits enige ervaring rijk – ook zelf kan invullen. Dat is m.i. goed geschreven literatuur. Kortom, Noodweer is een mooi geschreven, literair werk, dat je met vragen achterlaat. Een aanrader!

Fragment

Het nieuws begint en eindigt met de wateroverlast. Er zijn straten die blank staan, er is een dak dat ingestort is door de regen, er worden mensen geïnterviewd over hun ondergelopen kelders, over hun natte spulletjes. Ze zet de radio af en schuift het strijksextet van Brahms in de cd-speler.
Ze hoorde een keer een man uit New Orleans wiens wijnkelder na Katrina blank was komen te staan. De wijn, flessen van tienduizenden euro’s per stuk, op veilingen gekocht, was in tact, die zat immers veilig in een fles, maar de etiketten waren losgeweekt waardoor de wijn niets meer waard was. Kale flessen dobberden rond tussen de snippers onleesbaar papier. Geen betere manier om te onderstrepen hoe zinloos en leugenachtig zijn business was. Je betaalde zestigduizend euro voor een etiket en niemand zou de zogenaamde waarde van de wijn herkennen als hij hem proefde. ‘Dit kunnen we weggooien, ‘ zei de wijnhandelaar. ‘Of opdrinken, ‘ suggereerde de vrouw die hem interviewde. ‘Wat op hetzelfde neerkomt, ‘ zei hij.

image (71)

Titel: Noodweer
Schrijver: Marijke Schermer
Uitgeverij: Van Oorschot
isbn: 9789028261648