Kom hier dat ik u kus – Griet op de Beeck

preview-kom-hier_bdc0

Fragment

Ik moet denken aan Louis. Aan hoe hij aan mijn deur stond, gisteren. Alsof hij in een onweer had gestaan, in open veld, uren aan een stuk, kletsnat geregend, omvergewaaid, zo stond hij daar, in mijn deuropening. Hij met al zijn woorden altijd, hij had er niet één. Ik heb hem niks gevraagd, ik heb hem meegenomen naar binnen, ik heb hem laten stamelen, ik heb zijn jas uitgedaan, en ik heb hem mijn armen gegeven, en een groot glas bier. Ik heb hem getroost zoals hij het liefst wordt getroost, met bloot vel en veel nabijheid. Ik heb gedacht: ik ben graag een schuiloord, en ik heb hem nog een keer gekust. We hebben in bed de niet zo lekkere pizza gegeten die ik nog in het vriesvak vond, de kruimels van mekaars lijven gehapt. Hij heeft gezegd: “Ik zou u graag gelukkig maken.” Ik heb mij niet gestoord aan de voorwaardelijke wijs, omdat ik blij was dat ik iemand dat hoorde menen. Als ik daaraan denk, krijg ik zin om hem van alles te geven. Koninkrijken, wereldwonderen, eindeloosheid. Ik wil hem beloven dat ik hem bijeen zal rapen als hij in stukjes uit mekaar is gevallen. En dat ik samen met hem onvindbaar zal zijn, als dat hem zou helpen. Dat ik mijn vermoedens niet zomaar zal geloven. Dat ik mij over hem zal blijven verbazen. Dat ik voor hem op mijn knieën zal vallen, maar dan alleen maar om te lachen. Dat ik met hem samen over zeeën zal lopen, en over oceanen, omdat ik wil geloven dat wij samen alles kunnen. Dat ik met hem zal schuilen voor de tornado’s, en hem zal leren om niet bang te zijn, als ik dat mag van hem.
Vandaag zegt de gemiddelde mens 2250 woorden tegen 7,4 anderen, dat heeft iemand zo berekend, ik haal alvast op deze dag dat gemiddelde naar beneden.

Volgens Lily

Een onweerstaanbaar boek, zo’n een die je op een gegeven moment gewoon uit móet lezen, ook al is het al 2.00 uur in de nacht. Bijzonder subtiel geschreven, nergens moeilijke taal, maar zo herkenbaar en invoelbaar. En van die heerlijke dialogen in het Vlaams! Het boek bestaat uit drie levensfases van de hoofdpersoon Mona, op haar 10, 24ste en 34ste. Stiekem zou ik willen weten hoe ze op haar 44ste en 54 ste in het leven staat. En wat een heerlijk eind! Dit is het tweede boek van Griet op de Beeck, een Vlaamse schrijfster. Haar debuut Vele hemels boven de zevende was een groot succes. Maar haar tweede boek doet hier zeker niet voor onder. Direct op naar de winkel voor het eerste boek van Op de Beeck.

In het boek wordt een zinnetje aangehaald dat Harry Mulisch zou hebben gezegd tegen een criticus die hem kwam interviewen na een slechte recensie: “En toch weet ik zeker dat u liever mijn lullig boekje had geschreven dan uw lullige stukje in de krant”. Geweldig!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s