Hemelvaart – Judith Koelemeijer

th9MU8KGTO_4dd

Fragment

Ik weet niet of ik ooit zal begrijpen wat er die nacht is gebeurd. Hoe het zo onherroepelijk mis kon gaan. Eén ding weet ik wel. Mijn leven was anders verlopen als Annette er nog was geweest.
Het is allemaal lang geleden, al meer dan vijfentwintig jaar. Ik durf niet te zeggen dat mijn herinneringen betrouwbaar zijn. We maken ons eigen verhaal van het verleden; een versie die aanvaardbaar lijkt, met een duidelijk begin, midden en einde. Alsof het zo moest zijn en niet anders. We willen liever niet weten hoeveel er wordt bepaald door stom toeval of het lot.
Ze was mijn vriendin, Annette. Nu ik weer veel aan haar denk, verbaast het me hoe ze nog leeft in mijn gedachten. Soms lijkt het of ik haar kan aanraken. Haar magere schouders, haar smalle warme rug. Kunnen handen herinneringen bewaren? Ik geloof dat we elkaar veel omhelsden. Toen ik jong was, kon mijn vriendschap met een meisje de intensiteit hebben van een verliefdheid. Annette had groene ogen die licht leken te geven, als van een kat in het donker. Met die ogen verleidde ze, sleurde ze me mee, ook tijdens onze laatste nacht op Paros.

Volgens Lily

Voordat het boek begint staat er een stukje uit het boek Norwegian Wood van een van mijn lievelingsschijvers Haruki Murakami vermeld. Dit stukje was me ook al opgevallen toen ik het boek enige jaren geleden las:
Van Naoko’s dood leerde ik dit: geen enkele waarheid kan het verdriet om het verlies van een dierbare helen. […] We kunnen het verdriet over ons heen laten komen en er iets van leren, maar wat we ervan geleerd hebben zal bij het volgende onverhoopte verdriet geen enkel nut hebben.
Zoals Koelemeijer ook al opmerkt op de eerste pagina: herinneringen zijn niet altijd betrouwbaar. Dat blijkt goed uit dit boek. De andere vriendinnen die erbij waren, herinneren zich hele andere dingen over de fatale nacht waar Annette en ongeluk krijgt en overlijdt. Het boek zou langdradig zijn als het geen waargebeurd verhaal zou zijn opgeschreven door de belangrijkste getuige.
En wat zijn die Dwarsliggers toch een uitvinding voor de vakantie!

Het menselijk lichaam – Paolo Giordano

IMG_4238_5da

Fragment

‘Een IED is een zelfgemaakte bom, onthou dat goed. Improvised Explosieve Device. Iedereen kan zo’n ding maken. Je neemt een jerrycan kunstmest, twee stukjes koperdraad en twee nietjes, en je knutselt de boel aan elkaar. Het simpelste elektrische circuit dat jullie kunnen verzinnen, een kind kan de was doen. Op internet staat hoe het moet. Je kunt er niets tegen doen. Een IED kost evenveel als een pizza met een biertje erbij, en het materiaal koop je bij de doe-het-zelfwinkel. Het is een muizenval, dat is ‘t. En de muizen, dat zijn wij. Het komt door de IED’s dat deze oorlog net zo’n kutoorlog is geworden als die in Irak. Je ziet de vijand niet meer, hij is er niet. Hij graaft zijn bom in en daarna gaat hij achter een rots van de voorstelling zitten genieten. Bam! Jullie kunnen er niets tegen doen, alleen maar kijken. Jullie moeten overal naar kijken, altijd. Kijken, kijken en nog eens kijken. Een berg afval aan de kant van de weg? Kan een IED zijn. Verdacht. Een jongetje dat op een dak naar jullie staat te zwaaien? Verdacht. Een pol aarde die iets donkerder is dan de rest? Verdacht. Ook als de aarde lichter is, is het verdacht. Een stel stenen op een rijtje? Een auto die ergens is achtergelaten? Het rottende karkas van een kameel? Verdacht, verdacht, verdacht. Wij zijn de truffelhonden van deze oorlog. Als je vermoedt dat er een bom ligt, stop je en laat je het ARCT zijn werk doen. Zit ze niet achter de vodden. Als het ARCT haast maakt, vliegen jullie de lucht in. Als ze om drinken vragen haal je drinken voor ze, en ook als ze er niet om vragen, want als het ARCT dorst heeft en hoofdpijn krijgt en niet meer goed oplet, vliegen jullie de lucht in, onthou dat goed. Het is een vuile oorlog, de vuilste van allemaal. Je kunt je bajonet niet gewoon in de buik van een talib planten, dat is het punt.’

Volgens Lily

En dan lees je weer eens een boek over een onderwerp waar je niets van weet: de oorlog in Afghanistan. Dit boek geeft aan hoe naïeve jongens door de harde werkelijkheid gedwongen worden verantwoordelijkheid te nemen voor zichzelf, voor andere mensen en voor hun daden. Als je dit boek uit hebt, snap je niet dat er mannen zijn die NIET getraumatiseerd uit zo’n oorlog komen. Zeker een aanrader!

Het Rosie project – Graeme Simsion

IMG_4237_7a2

Fragment

‘Stel je voor,’ zei ik. ‘Je zit verscholen in een kelder, met je vrienden. De vijand is naar jullie op zoek. Iedereen moet volkomen stil zijn, maar jouw baby is aan het huilen.’ Ik deed een imitatie, zoals Gene zou doen, om het verhaal geloofwaardiger te maken. ‘Wèèèè.’ Ik zweeg even om het effect te vergroten. ‘Je hebt een pistool’.
Overal werden handen opgestoken.
Julie sprong overeind. Ik ging verder. ‘Met een demper. De vijand komt dichterbij. Ze gaan jullie allemaal vermoorden. Wat doe je. De baby krijst…’
De kinderen konden niet wachten om hun antwoord te delen. Een van hen riep: ‘Schiet de baby neer’, en al snel riepen ze allemaal: ‘Schiet de baby neer, schiet de baby neer.’
De jongen die de vraag over genetica had gesteld, riep: ‘Schiet de vijand neer’, en toen zei een ander: ‘Lok ze in een hinderlaag.’
De suggesties volgenden elkaar in rap tempo op.
‘Gebruik de baby als lokaas.’
‘Hoeveel pistolen hebben we?’
‘Leg de hand over zijn mond.’
‘Hoe lang kan de baby overleven zonder lucht?’
Alle ideeën kwamen van de asperger-‘slachtoffers’, zoals ik al had verwacht. De ouders kwamen niet met constructieve suggesties. Sommigen probeerden de creativiteit van hun kinderen zelfs in te perken.
Ik hief mijn handen in de lucht. ‘De tijd is om. Uitstekend gedaan. Alle rationale oplossingen kwamen van de aspies. De rest was niet in staat te handelen vanwege hun emoties.’
Een van de jongens riep: ‘Aspies zijn cool!’

Volgens Lily

Don is de hoofdpersoon uit dit verhaal die Asperger heeft en moeite heeft met sociale contacten. Toch wil hij graag een vrouw, dit wordt het Echtgenoten-project. Hoewel Rosie geen echtgenotenmateriaal is, zet zij het leven van Don compleet op z’n kop en leert hij zich aan te passen aan wat als ‘normaal’ wordt bestempeld. Het is een erg leuk verhaal, je krijgt een kijkje in het brein van iemand met Asperger. Toch blijft het vrij vlak. Deel 2: Het Rosie effect is inmiddels ook in de handel. En de filmrechten zijn reeds verkocht.

De dochter van de imker – Santa Montefiore

imker__1__5b1

Fragment

Trixie was nog nooit in Engeland geweest. En dat had ze nooit raar gevonden. Het was een lange reis en haar ouders hadden het zelden over hun vaderland. Maar het was natuurlijk wel raar, in aanmerking genomen dat haar vader en haar moeder in Engeland waren geboren en getogen, en dat ze er waren getrouwd. Waarom had ze nooit de moeite genomen hun ernaar te vragen? Omdat ze volledig was opgegaan in de dramatische verwikkelingen van haar eigen leventje. Dat ook haar moeder dramatische verwikkelingen had doorgemaakt, was niet eens bij haar opgekomen. Net zomin als de mogelijkheid dat haar moeder in haar jeugd ook een gebroken hart had opgelopen. Ze had gedacht dat haar moeder haar niet zou begrijpen toen Jasper een eind aan hun relatie maakte. Wat had ze het bij het verkeerde eind gehad!

Volgens Lily

Ik sluit me aan bij de opmerking van de Margriet achterop dit boek: ‘De zomer is niet compleet zonder een nieuwe roman van Santa Montefiore.’

De IJsmakers – Ernest van der Kwast

ijsmakers__1__3e7

Fragment

De Chinezen kregen van veel de schuld bij ons thuis, maar ook in de ijssalon in Rotterdam. Volgens mijn moeder kwam het allemaal door een oude Chinese man die op een zomerse dag op het terras van Venezia was gaan zitten. Wij waren nog klein en vrijwel alles wat we hoorden, zouden we vergeten. Ik kan me in ieder geval niets meer herinneren van de ruzie die zou hebben plaatsgevonden op die zonnige dag.
De man wees naar de tekst boven de rood-witte gestreepte luifel. IJssalon Venezia, echt Italiaans schepijs. ‘U weet toch wel dat ijs een Chinese uitvinding is?’ zei hij tegen mijn vader.
‘Nee.’
‘Toen Marco Polo in 1296 terugkwam uit China, had hij recepten voor ijs meegenomen.’
‘Dat verhaal heb ik nog nooit gehoord.’
‘Toch is het zo.’ zei hij. ‘Het staat in alle geschiedenisboeken. Wie deze bestudeert, kan maar tot één conclusie komen: de Chinezen hebben het ijs uitgevonden.’
Mijn vader begon te lachen. ‘IJs een Chinese uitvingen?’ bracht hij uit. ‘Dat is het grappigste wat ik in jaren heb gehoord.’
‘Het is echt waar,’ zei de man. ‘Marco Polo is meer dan twintig jaar in China geweest en toen hij terugkwam heeft hij het ijs geïntroduceerd in Europa.’
‘Rijst,’ zei mijn vader. ‘Niet ijs!’
‘Nee, nee, ijs.’
‘Rijst met eend,’ zei mijn vader. ‘Rijst met kip, rijst met kalkoen.’
‘IJs met perzikensmaak, ijs met karamel, ijs met vanille.’
‘Dat hebben we allemaal.’
‘Dankzij Marco Polo, dankzij de Chinezen.’
‘Hebben ze de pizza ook uitgevonden’ vroeg mijn vader.
‘Hoe bedoelt u?’
‘Hebben de Chinezen de pizza margherita ook uitgevonden? Is Marco Polo met een vierkante doos aangekomen in Venetië? Was hij eigenlijk een pizzabezorger?’
‘U maakt mij belachelijk.’
‘U maakt mijn familie belachelijk, onze traditie. Ik ben vanochtend om zes uur opgestaan om ijs te maken naar het recept van mijn grootvader, die nog sneeuw heeft geoogst in de bergen.’
‘Marco Polo was eerder.’
‘Wilt u nog iets bestellen?’
‘Heeft u frambozenijs?’
‘We hebben echt Italiaans frambozenijs.’
De oude man schudde zijn hoofd. ‘Het is oorspronkelijk Chinees schepijs,’ zei hij.
‘Moet ik dat op de gevel zetten?’
‘Dat zou wel correct zijn.’
‘Weet u wat correct zou zijn? Een verbod voor Chinezen in deze ijssalon!’
‘Dat is discriminatie.’
Mijn vader kneep in zijn handen. ‘Wilt u een hoorntje of een bekertje?’
‘Ik wil graag een hoorntje met frambozenijs.’
Mijn vader liep naar binnen en gaf de bestelling door aan mijn moeder (….)
‘Wist u dat het ijshoorntje een Amerikaanse uitvinding is?’ zei de Chinese man toen mijn vader met de bestelling bij zijn tafeltje stond.
‘En Columbus heeft het hoorntje naar Europa gebracht?’
‘Met u valt niet te praten!’
Volgens mijn moeder heeft mijn vader toen het hoorntje op het hoofd van de man geplant. Maar mijn vader blijft bij het verhaal dat de man hem een duw heeft gegeven en is weggerend.

Volgens Lily

Ik heb me altijd afgevraagd wat de eigenaren van de Italiaanse ijssalons doen als de zaak in de winter gesloten is. Nu weet ik het: ze gaan naar huis. De tragiek van het geboren worden in een familie van ijsmakers wordt door Van der Kwast heel goed beschreven. Net als destijds de volkomen misplaatstheid van zijn Indiase moeder in Nederland (Mama Tandoori).
Wat ik minder vond was de eindeloze uiteenzetting van het dichterswereldje waarin de hoofdpersoon Giovanni zich bevindt.
Ik reed afgelopen week door Rotterdam en stond voor het rode stoplicht toen ik rechts een ijssalon zag, vroeg me direct af of dat van de familie Talamini is.
In het boek wordt het nummer “Ma il cielo è semplre più blu” (Maar de hemel is altijd blauwer) van Rino Geatano aangehaald, ik krijg het nummer niet meer uit mijn hoofd, mijn zomerhit voor 2015!

Blindgangers – Joke Hermsen

blindgangers_f09

Volgens Lily

Tsja, de achterflap gaf aan dat deze roman een zedenschets is van de generatie die in de jaren zestig is geboren. Een roman over de gefnuikte idealen en turbulente relaties van mensen die op zoek zijn naar bezieling, bevlogenheid en nieuw moreel elan. Ook ik ben halverwege de jaren zestig geboren, maar wat herkende ik weinig in dit verhaal. Er worden steeds onderwerpen aangedragen in dit boek die in de lucht blijven hangen (zoals Iris’ vergeetachtigheid, moet neem ik aan op het begin van dementie duiden), en een onbeduidend stukje oorlogsdrama (in het onderduikershol), en zo nog wel meer. Het lijkt of Hermsen zoveel mogelijk onderwerpen in dit boek heeft willen stoppen. Het hele filosofische gewauwel tussen de vrienden komt ook vreemd over.
Maar dan is daar het laatste hoofdstuk: in een compleet andere schrijfstijl, in een compleet andere sfeer, is daar een werkelijk schitterend stukje proza waar ik kippenvel van kreeg….

Mooie quote van de filosoof Immanuel Kant voorin het boek: ‘Twee dingen vervullen mij altijd weer met verwondering en ontzag: de sterrenhemel boven mij en de morele wet in mij.’ Prachtig.

Fragment

Ha! Dat wist ze een kwarteeuw later dan nog maar mooi op te hoesten. Tevreden over zichzelf pakte ze het kleed van tafel en liep ermee naar buiten. Wat namen ze de literatuur, de filosofie, de wereld en elkaar vreselijk serieus. Wat was er toch met die ernst en hartstocht gebeurd? Ze kwamen nog wel bij elkaar en lachten en aten en dronken ontzettend veel en zeiden dan ‘Heerlijk hier!’ of ‘Genieten!’ maar veel verder kwamen ze meestal niet. Het was net alsof ze vroeger niet alleen een serieuzer, maar ook een waarachtiger leven leidden. Tegenwoordig waren de zinnen die ze tegen elkaar uitspraken vaak zo betekenisloos. Het waren ook meer kreten dan zinnen. ‘Helemaal top!’ of ‘Hè, hè, even bijkomen’. Een soort loze erupties van hun vermoeide, ironische geest: ‘Sjonge, wat hebben we het toch slecht!’Of ‘Die crisis hakt er wel in, hè?’ Nou ja, gisteren was het dan even over Bas zijn essay gegaan, maar voordat ze goed en wel begonnen waren, was het gesprek alweer onderbroken.

Titel: Blindgangers
Schrijver: Joke Hermsen
Uitgever: De Arbeiderspers
isbn: 9789029578585

Het meisje in de trein – Paula Hawkins

th_3_ec1

Volgens Lily

De tekst op de achterflap van dit boek trekt aan: Voor de mensen in deze wagon ben ik een van de velen. Ik doe als iedereen: reis naar mijn werk, maak afspraken, tik op mijn telefoon. Zo zie je maar. Paula Hawkins is journalist in Engeland en dit is haar thriller-debuut. De filmrechten zijn reeds verkocht, en daar leent het verhaal zich ook goed voor denk ik. Het boek leest lekker weg. Waarom dit boek nou zo’n enorme hype is begrijp ik dan weer niet…

Fragment

Beste Scott,
Ik heet Rachel Watson. Je kent me niet. Ik zou graag met je praten over je vrouw. Ik heb geen informatie over waar ze zich bevindt, ik weet niet wat haar is overkomen. Maar ik denk dat ik informatie heb waar je wat aan kunt hebben.
Het kan zijn dat je me niet wilt spreken, daar zou ik begrip voor hebben, maar als je dat wel wilt, e-mail me dan op dit adres.
Met vriendelijke groet,
Rachel

Titel: Het meisje in de trein
Schrijver: Paula Hawkins
Uitgever: A.W. Bruna Uitgevers
isbn: 9789400503885

Roxy – Esther Gerritsen

roxy_ab1

Volgens Lily

Na Dorst was ik erg benieuwd naar dit boek van Esther Gerritsen. En wederom genomineerd voor de Libris Literatuurprijs. Eerlijk gezegd weet ik niet goed wat ik van dit boek moet vinden. Had het leuk gevonden om het met de leesclub te lezen om te horen wat anderen er van vinden. Het is zeer goed geschreven. De ogenschijnlijk simpele manier van schrijven is heerlijk. En het begin van het verhaal is aangrijpend. Roxy’s man wordt dood gevonden in zijn auto mét zijn minnares. Zelf is ze nog maar 27 jaar en moet het nu alleen zien te rooien. Alleen hoe het verhaal afloopt, met die schapen van de cover, is dan weer…..vreemd?

Fragment

Als haar ouders hen uitzwaaien is het gemakkelijk om van ze te houden. Roxy rijdt, ze toetert nog een paar maal. Ze slaan de hoek om en het is stil.
Op de ringweg zegt Roxy: ‘Nu deden ze hun best nog. Kun je nagaan.’
Jane haalt de drop uit het dashbordkastje.
‘Jij hebt helemaal niet gestudeerd?’ vraagt Feike.
‘Ik heb Lingo gestudeerd.’
‘Lingo?’
‘Zeker tien jaar lang elke avond: Lingo. Vijf letters, zes letters, zeven letters, ik versla iedereen.’
‘Niet.’
‘Helaas.’
‘Ik geloof je niet. Jane, geloof jij het?’
‘Ja’, zegt Jane, ‘ik had dat al gelezen.’
‘In mijn boek?’
‘Ja.’
Roxy bloost want ze heeft zichzelf letterlijk geciteerd, een bijdehand antwoord dat ze paraat heeft voor bekende vragen of dat haar alter ego in haar eerste boek paraat had.
‘Waarom elke dag Lingo?’ vraagt Feike.
Roxy zoekt nieuwe woorden, maar haar jeugd is allang een boek geworden dat ze navertelt.
‘Omdat we zo aten, in bed, mijn moeder en ik, terwijl we Lingo keken.’
‘Altijd?’
‘Vaak.’
‘Jezus.’
Roxy spelt: ‘J E Z U S, JEZUS, maar namen mogen niet.’

esther_gerritsen_650

Esther Gerritsen

Titel: Roxy
Schrijver: Esther Gerritsen
Uitgever: De Geus
isbn: 9789044533392

De hemel boven Parijs – Bregje Hofstede

hemel_144

Fragment

En toch kon hij zich niet voortellen dat ze zich altijd zo strak tot één stuk bundelde. In zo’n klein lijf alleen hield geen mens het uit. Als hij zijn ogen dichtdeed, was daar een ruimte die zoveel groter was dan zijn schedel dat het ongelooflijk was dat er één gezicht omheen paste als hij ze weer opende. Dat zijn neus midden in dat eindeloze blikveld stak. Hij kon zich niet voorstellen dat zij kon leven in één lijf, in een klein kamertje, uit één koffer. Ze moest de rest van haar leven in grote dozen op een Nederlandse zolder bewaren.
Hij kwam weer naast haar staan.
‘Mis je Nederland?’
‘Nee. Ik mis Parijs.’
Dat was zo’n absurd antwoord, met om hen heen de traag stromende Seine waar links en rechts de monumenten in weerspiegeld werden, dat hij lachte, een paar zware ‘hâ, hâ, hâ’s’ om hun aanwezigheid te midden van dat alles te verankeren.
Ze haalde haar schouders op en sloeg haar armen over elkaar.
‘Is dat zo gek?’
‘Nou ja. Parijs valt toch moeilijk te missen vanaf hier.’
Ze trok met haar schouders. ‘Ik heb gewoon heimwee, naar dit moment, deze stad, deze tijd.’
‘Nu al?’
‘Juist nu. Nu ik het zie, weet ik dat ik het zal missen.’

Volgens Lily

Een mooi liefdesverhaal. Wat doe je als je in een jong meisje je vroegere vriendin denkt te herkennen. Voor Olivier, professor aan de Parijse Sorbonne, is de studente Fie het evenbeeld van zijn vroegere vriendin Mathilde. En laat Fie nou in precies dezelfde situatie terecht komen als Mathilde vroeger. Welke keuze maakt Olivier nu? Een zeer goed boek, aanrader.

Geachte heer M. – Herman Koch

geachte_heer_m__129


Volgens Lily

Prachtig boek over hoe een boek over een waargebeurde zaak is ontstaan. Moet een schrijver zich altijd aan het waargebeurde houden of mag hij de waarheid geweld aan doen. En en passent wordt de vloer aangeveegd met de literaire wereld, de middelbare school en zijn leraren, vriendschap en nog veel meer. Een pageturner.

Fragment

Er zijn twee soorten leraren. De eerste soort gedraagt zich als een volwassene. Hij wil met ‘u’ worden aangesproken, hij duldt geen tegenspraak of flauwe grappen in zijn klaslokaal, als je je niet kunt gedragen ga je maar even een uurtje op de gang staan, of hij stuurt je met een briefje naar de rector. In alles benadrukt hij de ongelijkheid tussen hemzelf en zijn leerlingen. Het enige wat hij vraagt is respect. Meestal krijgt hij dat ook.
De leraar van de tweede soort is voornamelijk bang. Uit angst gaat hij op zijn hurken zitten. Hij trekt een jongen voor de gein aan zijn haar, hij voetbalt mee op het schoolplein hij draagt broeken en schoenen die heel in de verte een vage gelijkenis met onze broeken en schoenen vertonen, hij wil bovenal aardig gevonden worden. Soms spelen wij, de leerlingen, het spelletje een tijdje mee. Uit medelijden vooral. We doen of we de bange leraar ook echt aardig vinden, we laten hem in de waan dat hij populair is. Maar ondertussen heeft de bange leraar het dierlijke instinct in ons wakker gemaakt. Dieren kunnen angst van een kilometer afstand ruiken. Binnen de kudde is de aardige leraar het zwakke exemplaar. Geduldig wachten we op een geschikte gelegenheid. Een onbewaakt ogenblik waarop de aardige leraar struikelt of ons de rug toekeert. Dan storten we ons met zijn allen boven op hem en verscheuren we hem.
Zowel de autoritaire als de bange leraren behoren tot de middelmatigste mensensoort. Het woord middelbare school spreekt hier van zichzelf al boekdelen. Alleen in schijn word je er in verschillende vakken onderwezen, in werkelijkheid draait het uitsluitend om het zes jaar lang verdragen van een allesverstikkende middelmatigheid. Nergens kun je de middelmatigheid sterker ruiken dan op een middelbare school. Het is een lucht die overal in doordringt, als de luncht uit een pan soep die te lang heeft staan pruttelen. Iemand heeft het gas laag gedraaid en is de pan vervolgens vergeten.

Titel: Geachte heer M.
Schrijver: Herman Koch