Brieven aan Camondo – Edmund de Waal

Volgens Lily

In Brieven aan Camondo richt de schrijver zich in briefvorm aan Moïse de Camondo, stichter van het Parijse Nissim de Camondomuseum, gelegen in de Rue de Monceau in Parijs. De familie van Edmund de Waal (een Brit met Nederlandse grootvader), de Ephrussi’s woonden tien huizen verderop. Over deze familie schreef De Waal al eerder een boek: De haas met ogen van barnsteen.

Niet dat ik er niet van houd om schoon te zijn, maar ik heb iets met stof. Stof komt ergens vandaan. Het laat zien dat er iets is gebeurd, laat zien wat er in de wereld is verstoord of veranderd. Stof is een indicatie van tijd.

In Brieven aan Camondo dwaalt Edmund de Waal (schrijver en pottenbakker) rond in het huis (nu museum) en beschrijft zorgvuldig de collectie klokken, beelden, wandtapijten, vazen en schilderijen. Moïse de Camondo, telg uit een Joodse bankiersfamilie uit Constantinopel, trouwt in 1891 met Irène Cahen d’Anvers, die als achtjarig meisje werd geportretteerd door Renoir op zijn inmiddels vermaarde schilderij La Petite Fille au ruban bleu. Hoe geweldig moet het geweest zijn dat je in die tijd direct van de schildersezel af kon kopen.

Moïse Camondo was een tijdgenoot van o.a. Proust, Chardin, de gebroeders Goncourt, maar ook van antisemitisme en van de Dreyfus-affaire. Waardoor het boek een fraai inkijkje geeft in de geschiedenis.

Ik denk aan de foto van Bertrand die zijn hond vasthoudt en kust. We worden toeschouwers van wat afwezig is, vreemden die niet in het huis horen.

Dat het uiteindelijk slecht afloop met de familie De Camondo voel je aankomen. Camondo’s liefde voor Frankrijk was niet genoeg om de antisemieten tegen te houden. De schrijfstijl van De Waal gaat hier mooi in mee: het wordt steeds minder lieflijk. Zoon Nissim overlijdt en later worden dochter Béatrice en haar man en kinderen naar Auschwitz gedeporteerd. Brieven aan Camondo is niet een makkelijk leesbaar boek maar heeft genoeg in zich om toch te gaan lezen. Het lezen van De haas met ogen van barnsteen hieraan voorafgaand, is wel een goeie tip.

Fragment

Of misschien niet, Monsieur.
Het spijt me dat ik meteen bij u terugkom, vooral na zo’n roerend einde, maar ik kon vannacht niet slapen omdat ik aldoor moest denken aan geschenken en het schenken van geschenken; wie geeft en wie ontvangt.
Nissim gaf zijn leven voor Frankrijk en Frankrijk schonk hem emancipatie, gelijkheid voor de Joden, een soort welkomstgroet en verdraagzaamheid, een plek om te wonen, een heuvel met vrienden en neven, gesprekken tussen gelijken.
Ik heb het exemplaar dat mijn grootmoeder Elisabeth bezat van Théodore Reinachs
Histoire des Israélites depuis l’époque de leur dispersion jusqu’à nos jours. Het eindigt heel enthousiast met de regels dat ‘het Jodendom zijn eeuwenoude ketens heeft kunnen afschudden dankzij de Revolutie (…) we mogen stellen dat elke Jood met een goed geheugen en een hart tegenwoordig een tweede vaderland heeft, zijn bij monde overgebrachte vaderland, het Frankrijk van 1791’, het ogenblik waarop de Joden volwaardige burgers werden.
En u schonk Frankrijk daarvoor het meest volmaakte huis, een huis gevuld met kunst uit de meeste volmaakte periode van de Franse cultuur, een weerspiegeling van Frankrijk. Het geschenk verbindt de mens met de plaats, de natie, de familie.

Museum Nissim de Camondo (Parijs)
Titel: Brieven aan Camondo
Schrijver: Edmund de Waal
Uitgever: De bezige bij

De bekeerlinge – Stefan Hertmans

img_6556_ce3

Volgens Lily

De bekeerlinge is een apart boek. Stefan Hertmans is op het spoor van het verhaal van Hamoutel gekomen, omdat hij al sinds jaren een huis bezit in het dorp waar het verhaal van Hamoutel zich moet hebben afgespeeld (Monieux) , maar dan wel 1000 jaar geleden. Het boek is samengesteld uit het verhaal van Hamoutel in de 11e eeuw, afgewisseld met het verhaal van Hertmans die het spoor van de reis die zij destijds gemaakt heeft proberen te volgen. Alleen blijf je tijdens het lezen denken, hoe weet je nou dat zij precies deze weg heeft gekozen? Er is nauwelijks documentatie overgebleven. En daar wordt het verhaal dus fictie. De verhouding tussen deze fictie en de waargebeurde elementen vind ik verwarrend. Ook vind ik de schrijfstijl van Hertmans niet overal even mooi. Soms veel te wollig en te veel voorzien van bijwoorden. Maar over het algemeen is het een mooi boek met een zeker intrigerend verhaal. En je wordt maar weer eens met de neus op de feiten gedrukt: de Joden hebben het in al die eeuwen toch niet makkelijk gehad, en dat is dan op z’n zachtst gezegd.

Fragment

Heeft Hamoutal ooit de piramiden gezien in Gizeh, het hoofd van de sfinx in de brandende zon? Wellicht niet – de voorstad Gizeh ligt aan de andere kant van de ruïnes van Fustat, ze zou al een zeer bijzondere reden moeten hebben gehad om naar die desolate plek te reizen waar dingen te zien waren die niemand begreep. Toerisme bestond niet; het verleden was nog geen bezienswaardigheid. Wanneer ik er uiteindelijk zelf sta, krioelt het van de dagjesmensen en is er geen enkele mogelijkheid om wat dan ook historisch te beleven. De hele site wordt verpest door schreeuwende venters, jolige handelaars, selfies makende Arabische studenten. Door kamelen getrokken sjeesjes rijden fotograferende toeristen rond in de woestijn. Gevlucht naar de koelte van het statige Mena House vlakbij, probeer ik me voor te stellen hoe men in Hamoutels tijd met deze kolossale getuigen van een toen onbegrijpelijke cultuur moet zijn omgegaan. Welke vragen stelde men er zich bij? Deze bouwsels moeten bovenaards geleken hebben, en in tijden waarin alles met christelijke, Joodse en islamitische religie te maken had, moeten ze volstrekt onbegrijpelijk zijn geweest. Ik vind geen getuigen uit de elfde eeuw die deze plek zelfs maar vermelden. Het hoofd van de sfinx stak misschien diep onder het hete zand.

monrieux_b66

Monieux – Zuid Frankrijk

Titel: De bekeerlinge
Schrijver: Stefan Hertmans
Uitgever: De Bezige Bij
isbn: 9789023499626