Kafka op het strand – Haruki Murakami

thoux0awxn_732

 

Volgens Lily

Murakami is een unieke schrijver. Hoewel zijn boeken absoluut niet op elkaar lijken, heeft hij een bijzondere manier van schrijven die op de een of andere manier toch te herkennen is. Deze Kafka op het strand is een mooi boek, kan niet anders zeggen. Surreëel, soms een sprookje, en absoluut niet geschikt om het uit te pluizen wanneer je meer van het begrijpelijke verhaal bent. Want het valt niet te begrijpen. Gewoon lezen en genieten van het ongewone. Ik dit boek spelen verschillende verhaallijnen: die van de 15-jarige jongen Kafka Tamura die van huis wegloopt, en die van Nakata, een man op leeftijd die nooit hersteld is van een ongeluk in zijn jeugd en nu met katten kan praten. Heb ik even geluk dat er nog veel Murakami’s ongelezen liggen!

Het enige irritante aan het boek zijn de verwijzingen van de vertaler: veel te veel en te uitgebreid, soms denkt ‘ie het zelfs beter te weten dan de schrijver zelf!

De mooie openingszin van Tolstoj’s Anna Karenina wordt aangehaald: ‘Gelukkige huisgezinnen zijn elkander gelijk; ieder ongelukkig gezin is daarentegen op bijzondere wijze ongelukkig’. Of te wel: er is slechts één soort geluk, maar ongeluk bestaan in allerlei soorten en maten. Mooi.

Culinaire verwijzing: een bakkie moeder-en-kind = een kom rijst bedekt met stukjes kip gestoofd met eieren en uien.

In alle boeken van Murakami speelt muziek een belangrijke rol.

Fragment

‘Als ik het zo hoor, krijg ik de indruk dat mevrouw Saeki alleen is teruggekomen om de leiding over de Komura Bibliotheek op zich te nemen,’ zeg ik.

‘Dat vermoeden heb ik ook. De begrafenis van haar moeder bood haar daarvoor een goede gelegenheid. Ik stel me voor dat het niet makkelijk moet zijn geweest om terug te keren naar een plaats zo boordevol herinneringen.’

‘Maar waarom is de bibliotheek zo belangrijk voor haar?’

‘Wel, in de eerste plaats omdat hij daar woonde. Hij – de jongen van wie mevrouw Saeki hield – had een kamer in het gebouw dat nu de Komura Bibliotheek is, maar toendertijd het paviljoen was de boekenverzameling van de familie was ondergebracht. Hij was de oudste zoon van de familie Komura, en hield erg van lezen – het zal hem wel in het bloed hebben gezeten. En dit is ook een typisch familietrekje: hij was graag alleen. Toen hij vijftien was en overging naar de middelbare school, zei hij dat hij niet langer met de rest van het gezin in het hoofdhuis wilde wonen, maar zijn eigen kamer wilde in het paviljoen, bij de boeken. Ze hebben hem zijn zin gegeven. Nou ja, het was een familie die verschikkelijk van boeken hield, en voor zo’n verzoek konden ze wel begrip opbrengen. Zo van: “Jij wilt boeken om je heen? Nou, dat is toch prachtig?” Dus vanaf die tijd woonde hij in het paviljoen, waar niemand hem lastig viel, en ging hij alleen terug naar het hoofdhuis om te eten. Mevrouw Saeki kwam hem bijna elke dag opzoeken. Ze deden samen hun huiswerk, ze luisterden samen naar muziek, en ze voerden eindeloze gesprekken. En ik neem aan dat ze daar ook met elkaar sliepen. Voor hen beiden was dat paviljoen een paradijs.’

Oshima houdt zijn handen op het stuur terwijl hij me aankijkt. ‘En daar ga jij nu wonen, Kafka. In die kamer. Ik geloof dat ik je ooit heb verteld dat de bibliotheek is verbouwd, maar die kamer is hetzelfde gebleven.’

Ik zeg niets.

‘Eigenlijk is mevrouw Saeki’s leven stil blijven staan toen ze twintig was, het jaar dat jij stierf. Misschien zelfs eerder. En daar moet je begrip voor kunnen opbrengen. Ergens rond die tijd zijn de wijzers van de klok in haar ziel opeens gestopt. Natuurlijk gaat de tijd om haar heen gewoon door, en dat laat haar vanzelfsprekend ook niet onberoerd. Maar voor haar heeft onze normale tijd in feite niets te betekenen.’

Titel: Kafka op het strand
Schrijver: Haruki Murakami
Uitgever: Atlas Contact
isbn: 9789025443757

Kaddisj voor een kut – Dimitri Verhulst

download_14_d94

Volgens Lily

Nog nooit eerder had ik iets van Dimitri Verhulst gelezen, terwijl hij toch aardig produceert, zo’n beetje ieder jaar komt er wel een boek van hem uit. Voor Lily’s Literaire Leeslounge 3 lazen we Kaddisj voor een kut. Het zal mijn leeftijd zijn, maar wat een stomme titel. Het boek bevat twee verhalen. En hoe is het mogelijk; het eerste verhaal/novelle (met de gelijknamige titel) is geweldig, maar het tweede verhaal ‘De aankomst in de bleke morgen’ kan me niet bekoren. Het zijn twee autobiografische verhalen die gaan het leven van een kind in een instelling. Zeker aangrijpend.

Verhulst schrijft wel mooi. Heerlijke volzinnen. Allemaal achter elkaar geplakt tot iets wat bijna op poëzie lijkt. Vol humor maar toch ook weer rauw. Kortom, met niets te vergelijken.

Sinds 2002 bestaat de ‘Tzumprijs voor de beste literaire zin’. In 2014 werd een zin uit dit boek van Dimitri Verhulst uitgeroepen tot beste zin. Op pagina 15. staat deze bekroonde zin:

‘Jouw kapsel, voor zover dat nog een kapsel mocht worden genoemd, had veel weg van zo’n in die dagen in zwang rakende ecologische tuin, waarin elke menselijke ingreep als een misdaad tegen de natuur werd beschouwd.’

Ik ga zeker De helaasheid der dingen binnenkort lezen.

Fragment

Zonder hiermee te willen zeggen dat je een schoon gebit had bloot te lachen: je ging liever naar de tandarts dan naar de kapper. (Je liegt, je had een hekel aan tandartsbezoek en lag stijf als een plank in die odontologische martelkamer terwijl een gediplomeerde beul met z’n drilboor in je bek probeerde te herstellen wat de nicotine en de cafeïne er hadden verruïneerd.) Maar bij de tandarts was het tenminste onwenselijk om gesprekken te voeren, waar je bij de kapper willens nillens in conversaties met geföhnde kletswijven werd betrokken. Om de kosten van de coiffure te drukken liet je nooit je haar wassen in het salon (zuiver kraantjeswater volstond, verstoven met zo’n plastic ding om potplanten mee te verfrissen), je weigerde veiligheidshalve de koffie die je vriendelijk werd aangeboden maar ongetwijfeld zou doorwegen op de eindafrekening, en de haardroger hoefden ze voor jou ook niet uit de kast te halen.

‘Maar meneer, u gaat zich nog iets opdoen als u met een natte kop door die kou loopt!’ Of: ‘Ik zie dat u aanleg voor schilfertjes heeft, mag ik u vragen welke shampoo u gebruikt?’

Neen dat mochten ze niet vragen! Trouwens: je had aanleg voor talen, en last van schilfertjes. Als je schreef sneeuwde jij soms jouw woorden onder.

Of er gel in jouw haar mocht? Neen! Je had thuis nog een pot brylcreem.

dimitri_verhulst_0d3

Titel: Kaddish voor een kut
Schrijver: Dimitri Verhulst
Uitgever: Atlas Contact
isbn: 9789025443788