Zomervacht – Jaap Robben

Volgens Lily

Ik laat wel eens een boek liggen, puur omdat de cover me niet aanspreekt. Bij Zomervacht van Jaap Robben was dat het geval. Toch kwam het boek op m’n pad toen ik het voor een leeskring moest voorbereiden. Hoewel ik de eerst helft van het boek dacht: waar gaat dit heen? Greep de tweede helft me aan en moest ik een brok wegslikken bij de laatste pagina’s.

Ik dacht dat we zomaar een stukje gingen rijden. Vliesjes hooi waaien ons tegemoet en komen door de open ramen onze pick-up binnen. Het is oogstseizoen, maar niet voor ons.

Met deze zinnen begint Zomervacht en de toon is direct gezet. Brian van dertien woont met zijn vader Maurice in een caravan in een obscuur buurtje ergens in Frankrijk. Maurice, die altijd om geld verlegen zit, ziet zijn verstandelijk en fysiek gehandicapte zoon Lucien van zestien als een geldboom, en haalt hem tijdens de verbouwing van de instelling waar Lucien woont (omdat hij daar een ruime vergoeding voor krijgt) in huis. In de caravan dus. Maar Maurice heeft geen tijd voor Lucien dus de verzorging komt op Brian neer. De ellende begint al als het speciale bed dat bezorgd wordt niet door de deur van de caravan past en dus maar buiten blijft staan. Brian vergeet Lucien zijn pillen te geven waardoor Lucien druk wordt en ineens veel meer blijkt te kunnen dan Brian van hem kent.

Luciens handen zijn als het grijpertje in de speelautomaat met knuffeltjes. Bijna altijd mis.

Robben vertelt het verhaal door de ogen van een dertienjarige, daardoor is het boek makkelijk leesbaar. Toch wordt het nergens kinderachtig; het taalgebruik is mooi. Het boek kent ontzettend veel metaforen en beeldspraak. Waardoor het luchtig blijft, terwijl het onderwerp schrijnend is. Je leest hoe liefdevol Brian zijn broer verzorgd. Eigenlijk voelt lezen van Zomervacht een beetje voyeuristisch: je krijgt een kijkje in een wereld die je nieuwsgierig maakt, maar waar je eigenlijk liever niet bent. Alles schuurt en wringt.

“Kijk”. Selma wijst naar haar gezicht. Ze heeft zich opgemaakt als een kind dat nog niet binnen de lijntjes kan kleuren.

In de instelling waar Lucien woont, woont ook Selma. Brian vindt Selma die al negentien jaar is, interessant, het is de eerste vrouw die hij van zo dichtbij mee maakt. Er ontstaat een ontluikende relatie waarvan je van het begin af aan voelt dat het niet goed af kan lopen.

Robben schreef met Zomervacht zijn tweede roman (na veel kinderboeken, poëzie e.d.). Zijn debuut Birk was al een groot succes (Nederlandse Boekhandelsprijs), maar ook Zomervacht werd goed ontvangen. De Engelse vertaling (Summer Brother) was zelfs genomineerd voor de Booker International Prize 2021.

Fragment

“Ik moet eventjes weg”. Met een speelgoedautootjes rij ik over zijn arm, hals en achter zijn oor langs door zijn zwarte haar naar zijn voorhoofd. Net zo lang tot hij hikt van het lachen. Lucien beweegt zijn wang steeds richting mijn hand omdat hij wil dat ik hem aai.
“Tot straks.” De deken drapeer ik over zijn enkels, zodat de spanband niet opvalt als pa onverwacht eerder dan ik thuiskomt. Ik voel nog een keer, er passen twee vingers langs elke voet.
“Drink maar extra veel.” Lucien sabbelt de fles vacuüm. “Nog een beetje?” Hij draait zijn mond van me weg. Zijn pols rukt aan de doorschijnende tiewrap waarmee ik hem voor de zekerheid heb vastgemaakt aan een gat in de pallet. Als je niet draait, doet het geen pijn. Ik heb een sok om zijn pols gewikkeld voordat ik de tiewrap eromheen deed. Ik ben echt heel snel weer terug. Zijn deur laat ik open, dan kan het een beetje doorwaaien. “Sorry”.

Titel: Zomervacht
Schrijver: Jaap Robben
Uitgever: Singel Uitgeverijen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s